Ik haatte het vak geschiedenis. Ik kotste van de lijstjes veldheren, wapengekletter, landjepik, en machtsgeilheid van gekroonde hoofden en hun in de ons-kent-ons-stand verheven zolenlikkers die me op school voorgeschoteld werden als voorbeelden van eerbiedwaardigheid uit "ons" verleden. Eén grote stinkende poel van vunzigheid, ja. Het was dan ook het enige vak waarvoor ik moest herkansen.
Tot ik gebruik maakte van het volwassenenonderricht om een instrument te leren bespelen. Daar hoorde ook de muziekgeschiedenis bij. Met een leerkracht die de evolutie van de muziek door de eeuwen heen wist te plaatsen in de evolutie van de bouwkunst, de schilderkunst, de literatuur: het positieve, het opbouwende stuk geschiedenis dat in het verplicht onderwijs achterwege gebleven was wegens nutteloos voor de verheerlijking van wie het voor het zeggen heeft. Het heeft mijn blik opengetrokken naar de geschiedenis van de wetenschap, van de taal, van wat de heer Heldring in een opiniestuk uit het jaar 2001 omschreef als het geheel van normen, waarden en omgangsvormen, zeden en fatsoensnormen. In één woord: onze kultuur. De geschiedenis voor wat ons betreft van het Nederlandse kultuurvolk waar we deel van uitmaken. Het enige waarop je trots kan zijn. Met de woorden van Gastons Eyskens uit zijn boek "Het laatste gesprek" (blz 211): Ik herinnerde aan de herdenking van de 150ste verjaardag van de stichting van de Generale Maatschappij waar ik in het Nederlands had gesproken alvorens in het Frans te spreken en de ware oorsprong van deze grootste holding van België had toegelicht, met name het initiatief genomen door koning Willem I der Nederlanden. Ik zei dat ik altijd behoord heb tot diegenen die Vlaanderen situeren in de cultuur der Nederlanden en dat ik fier en trots was deel uit te maken van deze cultuur en taalgemeenschap. Ik drukte de hoop uit met een beklemmende onrust dat de CVP nooit ten achter zou staan op de Volksunie. Het is opmerkelijk dat de financiële poot van deze holding teruggekeerd is naar haar wortels. En dat de beklemming van 1988 nog onverkort aanwezig is.
Het afzetten van de politiek korrekte paardenbril heeft me de inhoudelijke leegheid doen inzien van de geschiedenisvervalsing die alleen tot doel heeft bestaande misgroeide strukturen overeind te houden. Het is een pandemie: het eerste wat machthebbers wereldwijd doen is de geschiedschrijving naar hun hand zetten.
Zoiets openlijk zeggen heeft me dan weer van de weeromstuit de woede op de hals gehaald van een "hooggeleerde heer" die ik niet in diskrediet wil brengen door zijn naam te noemen en die in een wollig artikel in wezen niet verder kwam dan een vorstenhuis en een voetbalploeg als ruggengraat van België. Hij had er ter verdediging van België wat twijfelachtig statistisch materiaal bijgesleept waarbij ik hem vroeg:
Een passend antwoord op mijn vraag had kunnen zijn dat u me over die peilingen tekst en uitleg verschafte. Met name blijf ik zitten met het volgende:
- Waar en wanneer gebeurden die peilingen?
- Hoe groot en wat was de populatie van de steekproef?
- Wat waren de vragen?
- Hoe moest geantwoord worden (vrij of meerkeuze)?
- Hoe werden in geval van vrij antwoord deze gegevens geïnterpreteerd, gegroepeerd en volgens welke heuristieken gekorrelleerd?
- Waren in geval van meerkeuzevragen voldoende antwoordmogelijkheden voorzien en konden er meerdere antwoorden aangestreept worden voor dezelfde vraag?
U zou me een plezier doen als u me de volgens u meest relevante statistische studie zou willen bezorgen, zodat ik ze kan toetsen aan de criteria van objektiviteit en representativiteit.
Geen inhoudelijk antwoord, enkel een duidelijke afsluiter: Einde discussie, meneer...
Ook verweet hij me België kapot te willen...
Het is niet mijn doel wat dan ook kapot te maken, wel integendeel. Ik wil wat kapot gemaakt is hersteld zien. Dat het onrecht dat ik aanklaag de naam België draagt, kan ik ook niet helpen. Wat de verantwoordelijkheid voor dat onrecht betreft, kijkt iedereen de andere kant op en de daders liggen op het kerkhof. Er zijn twee luiken.
Het eerste luik is het onrecht dat de "Nederlandse" Fransen aangedaan is door ze toen ze eruit trokken richting vaderland Frankrijk, te blokkeren in een hersenspinsel van de “Mogendheden”. Paul-Henry Gendebien heeft dat toendertijd nog benadrukt. Die man weet verdomd goed waarover hij praat: de frustratie geen deel uit te maken van een wereldmacht, wetend dat hij daar legitiem aanspraak op kan maken.
Het tweede luik is het onrecht dat Limburgers, Brabanders en Vlamingen aangedaan is toen ze met een Berlijnse Muur avant-la-lettre doormidden gescheurd werden, en op één hoop geveegd met de boven genoemde Fransen in wat een een soort Zuidblokland had moeten worden qui serait Latine ou ne serait pas. Die uitspraak krijgt zoetjesaan profetische waarde.
Laat me tot slot even doordenken op de woorden van Mr. E.C.M. Jurgens in De Gelderlander van 30 augustus 2001 (emeritus hoogleraar staatsrecht en op dat ogenblik lid van de Eerste Kamer):
Ook hier de vicieuze cirkel: als we niet samenwerken met de Vlamingen, ontstaat geen onderlinge belangstelling. En zonder onderlinge belangstelling ontstaat geen samenwerking.
Het voorstel om de onafhankelijkheid van Vlaanderen in het parlement te bespreken vond hoofdzakelijk in het Noorden media-belangstelling...
Daarom moeten de Vlaamse en de Nederlandse overheid de eerste stappen zetten door Taalunie-achtige verdragen te sluiten [...] onderwijs voorop. Maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven volgen dan vanzelf.
Het meest verregaand zou herstel zijn van de oude provincies Brabant en Limburg, die nu ieder verdeeld zijn door de staatsgrens, en aan de gezamenlijke provincies het provinciaal bestuur op te dragen. Dat worden dan echte EU-regio's, waarin het EU-verdrag ook voorziet.
Toen de provincie Brabant gesplitst moest worden ten gevolge van de staatshervorming, heb ik een lezersbrief onder ogen gekregen die een logische en kostbewuste oplossing had: voeg het Vlaamse gedeelte van Brabant bij de provincie Antwerpen en noem het Zuid-Brabant; voeg het Waalse gedeelte van Brabant bij Namen. Balans: één provincie minder en een historisch verantwoorde oplossing. Wat gebeurde er? Een provincie méér. Goed bestuur? Laat me lachen.