Dit is een soort prikbord. De hierna volgende teksten zijn invallen. Een breinstorm van losse ideeën, opgeborreld ten gevolge van gebeurtenissen, gesprekken en lezing van boeken, artikels, krantenberichten. Ze dekken hoofdzakelijk drie pijlers uit onze samenleving: etiek, taal en volk.

Spelling en inhoud zijn onvervreemdbaar mijn eigendom: eenieder heeft in het Nederlands (gelukkig maar) nog steeds de vrijheid te spellen zoals hij wil. Mijn teksten zijn dan ook gesteld in de taalkundige versie van de "Nieuwe Spelling" zoals die door de Nederlandse Taalunie openbaar gemaakt werd in Voorzetten 44 - deel I, en dus niet in de politieke versie daarvan (alias het Ambtenarees). Overname is vrij toegestaan mits behoud van de spelling.

26 januari 2010

Toetsenbordperikelen

Enige tijd geleden zocht ik een mobieltje met een voor het Nederlands geschikt toetsenbord om korte berichtjes te verzenden. Niet te vinden en dat nog wel in Vlaanderen. Ik heb me beholpen met een tweedehands toestelletje. Op de laatste schootcomputer die ik nadrukkelijk met het voor het Nederlands geëigend toetsenbord had besteld zat er een Iers toetsenbord. Een voor het Nederlands geschikt toetsenbord was niet te vinden en dat nog wel in Vlaanderen. Uiteindelijk heb ik het op aanraden van een oude werkgever van me toch te pakken gekregen bij een groothandel in computeronderdelen die normaal gesproken alleen aan bedrijven levert en ik heb het Ierse ding door de technische dienst van mijn winkelier laten vervangen.

Wat is er aan de hand?

De spil is uiteraard de computer en daar heb ik al mee te maken van vóór er persoonlijke computers bestonden. De mainframes zoals die toen heetten hadden een Amerikaans toetsenbord (de US-QWERTY indeling). Nogal wiedes want ze waren in de Verenigde Staten ontwikkeld. De eerste persoonlijke computers hadden dat dus ook. Nou is het Engels in toetsenbordtermen een eenvoudige taal: het kent slechts 26 letters en geen diakritische tekens. Die persoonlijke computers hadden daar geen last van tot er tekstverwerkers kwamen. Voor talen die aan ons alfabet niet genoeg hebben werden taalgebonden toetsenbordindelingen geleverd die in wezen gewoon kopieën waren van de voor die taal gebruikelijke schrijfmachineïndeling. Voor het Nederlands was dat niet nodig omdat het Nederlands wél genoeg heeft aan het klassieke alfabet, op de diakritische tekens na. En daar scheidden de wegen zich, reeds in de DOS-tijd.

De eerste weg is gewoon de gebruikelijke schrijfmachineïndeling van een bepaalde taal overnemen. Er werd dan "vertaalsoftware" voorzien die de taaleigen indelingen omzette naar de interne Amerikaanse indeling die trouwens tot op heden in alle computers de dienst uitmaakt. Aanvankelijk waren er zo een dertigtal. Je moest toen bij de opstart in het autoexec batch bestand een opdrachtlijn invoeren om de computer te melden dat er bijvoorbeeld op de plaats van de ' een toets zat waarop ù vermeld stond en dat hij dat ook als dusdanig moest interpreteren. Het is niet bij die dertig gebleven: vandaag staan we voor een oerwoud van indelingen die via de landinstellingen aangezet kunnen worden. Dat heeft een heel vervelend nadeel: doordat de indeling van de toetsen op één specifieke taal gericht is krijg je problemen als je teksten moet schrijven waarin er verschillende talen door elkaar voorkomen zodat je midden in een tekst van toetsenbord zou moeten kunnen wisselen. En wat voor ons een belangrijke handicap is: er bestaat gewoon geen taaleigen indeling voor het Nederlands.

De tweede weg is geniaal en bovendien zo oud als de straat: hij dateert al van de mechanische schrijfmachines. Ik heb nog zo een ding achter de hand voor het geval mijn computer het laat afweten en soms ook wel eens om gemakkelijk formulieren in te vullen. Op iedere hamertje daarvan zit er een nokje dat de wagen bij elke aanslag één stapje verder doet gaan met uitzondering van één hamertje: dat voor de ^ en het ". Bij het aanslaan van die toets blijft de wagen staan zodat bij de volgende aanslag de letter onder dat teken terecht komt. Die gedachte lag in de DOS-tijd aan de basis van het Braziliaanse toetsenbord dat ingesteld werd met de opdrachtlijn keybbr en later ook keybusx. In de windowsversies die nog op DOS steunden werd dat keyb br,,C:\WINDOWS\COMMAND\keyboard.sys. Het geniale zit hem hierin, dat diakritische tekens en letters gescheiden blijven zodat het - zonder ook maar énige kunstgreep - achter elkaar aanslaan van beide het gekombineerde karakter oplevert. Je kan dat meteen gebruiken voor alle westerse talen die met ons alfabet geschreven worden: inbegrepen Frans, Portugees, Spaans, je zegt het maar. Afgelopen dus dus met het oerwoud van indelingen, met toetsen waar drie of soms vier karakters op voorkomen en met "Alt+nnnn"-koderingen of hakken en plakken uit het charmap-bestand. Gewoon de oorspronkelijke goeie ouwe en eenvoudige QWERTY-indeling met de "Verenigde Staten (internationaal)" landinstelling en klaar is Kees. En voor ons mooi meegenomen: eindelijk een toetsenbord waarop je op een ergonomische manier in het Nederlands dingen kan schrijven zoals we moeten er vóór drieën zijn.

Het wordt dus de hoogste tijd om de achterhaalde taalgebonden toetsenborden naar de prullenbak te verwijzen, te beginnen in het onderwijs want daar worden slechte gewoonten aangeleerd. En vooral: dat internationale toetsenbord moet op zijn minst overal standaard verkrijgbaar zijn zonder er op te moeten aandringen of het speciaal te moeten bestellen zoals nu maar al te veel het geval is.

11 november 2009

Wir haben es nicht gewußt...

De inkt van Václav Klaus' handtekening is nog niet droog, het Verdrag van Lissabon is nog niet eens in werking en het gerommel begint al. Een op zich onnozele futiliteit - kruisbeelden in openbare gebouwen - illustreert open en bloot het totalitaire karakter van de Europese Unie. Waar bemoeien ze zich mee wordt nu gevraagd, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de hiërarchie van regelgevingen, om het verlies van soevereiniteit van de lidstaten. Tot in den treure werd daarvoor gewaarschuwd maar de Europese nomenklatura wuifde dit steevast weg, erger nog: Nederlanders en Fransen die er niet van wilden weten mochten niet eens meer tegen de herverpakte grondwet stemmen. De Ieren en de Polen werden met borrelhapjes gepaaid. Alleen Duitsland voert nog wat achterhoedegevechten via zijn Grondwettelijk Hof. Maar of dat nog zoden aan de dijk brengt valt te betwijfelen. Zoals Martin Helme reeds op 5 december 2006 schreef naar aanleiding van de "tweede zit" van het abortusreferendum in Portugal: But worst of all, if the people again vote the wrong way, one can be sure that their answer will not be accepted and in a few years’ time they will have to vote again. Just as the Danes had to vote over and over again until they approved the Maastricht Treaty, just as the Irish had to vote over and over again until they voted "yes" to the Nice Treaty, just as the Dutch and French will have to vote again on the EU Constitution until they vote the way the politicians want, so will the Portuguese have to vote until they approve abortion. Once they do this, however, the voting is over and the people will not be allowed to change their minds. European democracy in the beginning of the 21st century can be summed up as follows: if for some reason the voters do not vote the way they are expected to vote, the results are simply dismissed. Never before have democracy and tyranny looked so alike.

Klaus wist nochtans beter: toen Tsechië voorzitter was van de Europese unie vergeleek hij die met de voormalige Sovjetunie. "Zoals ooit in de Sovjetunie worden ook in de EU beslissingen genomen die de lidstaten aangaan, maar waarin die lidstaten niet betrokken worden" was zijn kritiek. Hij, zowel als Kaczynski wisten uit ervaring verdomd goed wat er op het spel stond, net als Sarkozy, Verhofstadt en Balkenende. Allemaal bezweken voor het spreekwoordelijke bord linzensoep. Op 4 november 2009 schreef Hans Vogel:

Article 34 of the 1977 Soviet Constitution proclaimed full legal equality for all: "citizens of the USSR are equal before the law, without distinction of origin, social or property status, race or nationality, sex, education, language, attitude to religion, type and nature of occupation, domicile, or other status." The East German Constitution echoes this. Article 20:1 reads: Independently of his nationality, race, religious ideas, social background and position, every citizen of the German Democratic Republic enjoys the same rights and duties. Freedom of religion and belief are guaranteed. All citizens are equal before the law." Coincidentally, the Lisbon Treaty is strikingly similar: " Everyone is equal before the law " (article 20), and " Any discrimination based on any ground such as sex, race, colour, ethnic or social origin, genetic features, language, religion or belief, political or any other opinion, membership of a national minority, property, birth, disability, age or sexual orientation shall be prohibited" (article 21).

And just to remind you, in the former communist world of Europe, basic human rights such as these were formulated in the Soviet and East German constitutions, were violated on a daily basis. Henckel von Donnersmarck's shocking movie "The Lives of Others" (2006) shows this in a most penetrating way. The Stasi, inheriting brutal, effective Gestapo methods, was keeping tabs on most of the East German population. Under the pretext of fighting terrorism, it listened in on all telephone conversations, opened all envelopes and read all letters. It kept controls on anyone entering or leaving the country. An army of almost 100,000 secret agents, helped by 200,000 civilian collaborators, spied day and night on East Germany's 16 million citizens. Most European governments today are using time-honored Stasi techniques to keep their citizens under surveillance. However, technology has advanced so impressively since the fall of the Berlin wall in 1989, that today's government spooks glean more information on unwitting civilians than the most fanatical Stasi agent would have hoped for in his wildest fantasies.

As recently as 2006, a most eloquent and insightful warning against the EU and the Lisbon Treaty's precursor, the ill-fated "constitution", was given by former Soviet dissident Vladimir Bukovsky. Traumatized by the experience of living in the Soviet Union, Bukovsky noted the deeply disturbing similarities between the old Soviet Union and the blueprints for the EU super state. The European Commission, he noted, was the exact equivalent of the old Soviet Politbureau, in terms of the secretive way power was exercised, the recruitment and personalities of its members and the scope and reach of its decisions. The "European Parliament" today (and under the terms of the Lisbon Treaty) is a mere rubber stamp institution, just like the "Supreme Soviet" of the old USSR.

As a matter of fact, there are so many similarities between the old Soviet Union and the EU that mere coincidence is unlikely. Bukovsky argues the EU was designed to be like the old USSR. The architects of the EU? Mostly social democrats, whom Stalin quite aptly called "Social Fascists."

Most Europeans have not yet understood this. Most are still indifferent, but their indifference will soon vanish when the full weight of repressive EU policies and EU taxation doing its destructive work will be felt.

Vermits voting over is blijft er maar één mogelijkheid open: uit de Unie treden. Daarvoor hoeven we de goede dingen - de eenheidsmunt en het vrije verkeer - niet op te geven.

27 september 2009

Schooluniform

Toen de dieren nog spraken (nou ja, toen ik nog niks in de pap te brokken had) bestonden er (althans in het vrij onderwijs) schooluniformen, hier en daar voor jongens en overal voor meisjes.

Waarom die geslachtsdiskriminatie? Mijn moeder zaliger verklaarde dit verschijnsel als volgt: bij meisjes zie je veel meer dan bij jongens een naijver om "beter" (zeg maar duurder) gekleed te gaan dan bij jongens. Jongens hebben inderdaad andere middelen om de "stoerste" te zijn. Ikzelf liet en laat me (destijds als jongen en nu nog steeds als man) niet leiden door uiterlijk vertoon, wel door een zo eerlijk mogelijk antwoord op bij mij tot op vandaag weerkerende vragen van waar zijn we mee bezig en waar gaan we naartoe? Mijn ervaring met het andere geslacht is wat ingewikkelder, zó ingewikkeld dat ik er eerlijk gezegd weinig of niks van snap. Ik lees links en rechts wel dingen zoals "praalgedrag om partners te lokken" (in tegenstelling tot de dierenwereld waar we uit voortgekomen blijken te zijn en waar het net omgekeerd is) en de wedijver onder vrouwen onderling om op de beste manier aan een of ander ideaalbeeld te beantwoorden of nog gewoon uit meeloperij met wat de kledingsindustrie en in hun zog (mannelijke) modekoningen voorschrijven, maar dat is een ander onderwerp.

Vroeger waren uniformen échte uniformen en niet de lulkoek van vandaag waar het allang genoeg is donkerblauw, grijs of groen gekleed te gaan. Neen: het uniform was uitsluitend op de school zelf of in daarvoor aangestelde winkels te koop. Iedereen was gelijk (geen konkurrentie binnen de school) en mooi meegenomen (en wellicht bedoeld) herkenbaar tegenover konkurrerende scholen. Daarmee was de kous af.

Inzake het onderwijs heb ik me daar voortdurend tegen verzet en dat uitsluitend in die kontekst want tegen uniformen als herkenningsteken voor militairen, politieagenten, kontroleurs op allerlei diensten zoals bijvoorbeeld het openbaar vervoer, al die dingen waarmee de brave burger kan weten met wie hij of zij te maken heeft kon en kan ik moeilijk iets hebben. Misbruik daarvan kan trouwens door diezelfde burger nagetrokken worden via legitimatiebewijzen of navraag bij de betrokken instanties. Geen vuiltje aan de lucht dus.

Tot zover wat tot onze rijke kultuur behoort.

Onze (niet-moslim)-familie heeft in het kader van een uitwisselingsprogramma gedurende een schooljaar een Indonesische (wél moslim)-jongen in huis gehad. Na drie maanden sprak hij al behoorlijk goed Nederlands (iets waar een drietal achterlijke Vlaamse burgemeesters na een heel leven niet toe bereid en misschien zelfs niet eens toe bekwaam zijn) en op het einde van dat jaar slaagde hij con brio in álle proefwerken (de katolieke godsdient inbegrepen). Die school had niet eens een uniform. Zijn open geest en de wil zich naadloos in te schakelen in zijn leefomgeving waren voldoende. Dat is wat ik mis in het geruzie rond de hoofddoeken.

Als ik dat allemaal bekijk kan ik het gemeenschapsonderwijs alleen maar aanraden die hele hetze buiten te gooien door het ouderwetse schooluniform in te voeren.

5 september 2009

Wikipedia en de Baarlewerkgroep

Een klassieke encyclopedie laat haar artikels schrijven door (teams van) hooggeleerde specialisten. Daarmee halen ze een zo groot mogelijke betrouwbaarheid. Zo groot mogelijk: ik heb ooit de verdediging van een doktoraatsverhandeling bijgewoond waarin een fout werd rechtgezet in een tot dan toe algemeen aanvaarde natuurkundige stelling. De bewijsvoering ging ver boven mijn petje maar wat ik ervan overgehouden heb is dat perfektie niet bestaat.

Wikipedia laat haar artikels schrijven door iedereen en die iedereen heeft niet altijd de geloofsbrieven van "hooggeleerde specialist". Wikipedia weet dat en laat daarom bewerkingen toe. Als die iedereen die bewerkingen gewetensvol en dus eerlijk naar best vermogen aanbrengt haalt Wikipedia een aanvaardbare graad van bruikbaarheid voor Jan en Alleman, maar dat is nog geen betrouwbaarheid. Daarom zijn er scholen die Wikipedia uitsluiten als bronnenmateriaal voor bijvoorbeeld eindwerken wat naar mijn gevoel wat overdreven is en grenzend aan smetvrees omdat ernstige wetenschappers standaard toch een drietal onafhankelijke bronnen vergelijken en er pas op steunen als die gelijkluidend zijn. Dan mag wat mij betreft Wikipedia in beginsel best één van die drie zijn.

Wat dat te maken heeft met de Baarlewerkgroep?

In plaats van alles in te zetten om te waken over de waarheidsgetrouwheid van de artikels die verschijnen houdt Wikipedia zich liever bezig met artikels op een verwijderlijst te zetten. Dat is gebeurd met een artikel over de Baarlewerkgroep. Vandaar.

Als verantwoording wordt opgegeven:

Baarle Werkgroep -ne- een Groot-Nederlands clubje van gewone Nederlanders en Vlamingen, links en rechts van het politieke spectrum en nochtans zeer geïnteresseerd in de IJzerwake. Niets over de omvang en het belang van deze club. Slechts enkele hits en één ervan bevatte slechts de tekst: Filip Dewinter vond die grap wel geslaagd, de rest van Belgie niet...

1. Zeer geïnteresseerd in de IJzerwake is een flagrante onwaarheid. De Baarlewerkgroep is geïnteresseerd in al wat er rechtstreeks of onrechtstreeks gezegd, geschreven en vooral gedaan wordt dat te maken heeft met het streven naar een konfederatie van Vlaanderen en Nederland. De toespraak van Frans Crols waarop hier gealludeerd wordt is slechts de meest recente gebeurtenis daarin. Hier wordt de bekende truuk nummer 1 gebruikt die Arthur Schopenhauer vermeldt om toch te proberen gelijk te halen als je in wezen geen gelijk hebt: Carry your opponent's proposition beyond its natural limits. De truuk is zó doorzichtig dat hij als een boemerang terugkeert op wie hem gebruikt.

2. Niets over de omvang en het belang van deze club is volledig naast de kwestie. In een naslagwerk is niet de omvang van een werkgroep van belang maar wel de omvang van het publiek dat er zich voldoende door aangesproken voelt om de publikaties ervan na te slaan. Ook al zou de Baarlewerkgroep uit slechts twee personen bestaan, haar doelstelling is een heet onderwerp in de politieke kontekst en het voorwerp van peilingen die - hoe onnauwkeurig ook - duidelijk aangeven dat het onderwerp de bevolking beroert, zowel in positieve als in negatieve zin. Daardoor alleen al beantwoordt de werkgroep aan alle criteria die Wikipedia zelf aangeeft voor het aspekt relevantie. Dat ontkennen getuigt van onwetendheid of van kwade trouw.

Het heeft er dan ook alle schijn van dat Wikipedia in hoogst eigen persoon haar objektiviteit te grabbel gooit in het belang van het "politiek korrekte" gedachtengoed waar de Baarlewerkgroep haar eigen toekomstvisie tegenover stelt.

4 juni 2009

First they ignore you, then they ridicule you, then they fight you, then you win

De uitspraak komt niet van mij. Ze wordt toegeschreven aan Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend met de bijnaam Mahatma ("Verheven Ziel" in het Sanskriet). Ik vermeld dit niet om de uitspraak meer kracht bij te zetten want een uitspraak ontleent haar waarde niet aan haar auteur maar wel aan haar inhoudelijke juistheid. Het draagt wel bij tot de eerbied die we haar auteur verschuldigd zijn en het mag duidelijk zijn dat ik niet andermans pluimen op mijn hoed wil steken.

In welk stadium van deze evolutie zitten onze politiekers inzake de Groot-Nederlandse gedachte? Om alle misverstanden te vermijden bedoel ik daarmee elke staatkundige entiteit bestaande uit Vlaanderen en Nederland, ik maak dus een duidelijk onderscheid met wie er ook Wallonië of Luxemburg bij wil betrekken.

Het is niet mijn gewoonte op de man te spelen maar als iemand zich kandidaat stelt om mij in een parlement te vertegenwoordigen moet ik wel man en paard noemen. Voortgaande op rechtstreekse vragen aan 19 politiekers in de lopende forumsessies van "politics.be" plaatsen ze zich als volgt:

First they ignore you
In deze groep zitten de politiekers die het vertikken de vragen van hun potentiële kiezers te beantwoorden ondanks het feit dat ze aan een forumsessie wilden deelnemen. Dat moet zelfs kiezers die de gestelde vraag onbelangrijk vinden alarmeren want het toont aan hoe weinig belang ze hechten aan de mening van hun "achterban". Dat zijn:

Kristof Bossuyt, John Crombez, Peter Mertens, An Michiels en Bart Vandersteene.

Then they ridicule you
In deze groep zitten de politiekers die bij gebrek aan argumenten of omdat ze er stomweg niet over nadenken hun toevlucht zoeken tot cliché's, vooroordelen, er wedervragen over stellen in plaats van een antwoord te geven of die zichzelf doodleuk tegenspreken om te zwijgen over zij die hun toevlucht nemen tot beledigingen of die als kleine kleuters niet verder komen dan uitlachen. Dat zijn:

Bart Staes, Yim Tubbax en Raf Verbeke.

Then they fight you
In deze groep zitten de politiekers die er wel over nadenken en het niet zien zitten. Zij die een of andere vorm van tegenargument formuleren of die alternatieven zien voor de vereniging van Vlaanderen met Nederland zoals de Benelux of nog lauwer een loutere samenwerking zonder er enige staatkundige konsekwentie aan te verbinden. Verder ook zij die alleen haatgevoelens koesteren, geen vragen hebben bij de huidige status-quo en hem zelfs verdedigen, kritiekloos de politieke korrektheid als zoete koek slikken, leugenachtige argumenten of persoonlijke belangen vermengen met hun wezenlijke opdracht. Dat zijn:

Wouter van Bellingen, Erik de Bruin, Hans van de Cauter, Derk Jan Eppink, Karim van Overmeiren en Peter Reekmans.

Then you win
In deze groep zitten uiteraard de onverkorte voorstanders maar ook de politiekers die het wel zien zitten en zich positief tegenover de gedachte opstellen al tonen ze zich niet blind voor de weg die nog afgelegd moet worden en ook zij die tegen beter weten in nog last hebben van een of andere vorm van koudwatervrees of zelfs van een angstkompleks. Dat zijn:

Ludwig Caluwé, Ruben Cottenjé, Saïd el Khadraoui, Hermes Sanctorum en Jefrey van der Straeten.

Wie zich terzake ten onrechte verkeerd ingeschat voelt kan zich altijd verweren. Ik schrap geen reakties en lezers van deze blog zullen hun weerwoord dus onverkort kunnen nalezen en op waarde schatten.

Ik ben er mij terdege van bewust dat het om een steekproef gaat: niet iedereen wil zomaar meewerken aan zo een forumsessie en ik weet ook niet wie wel zou willen meewerken maar niet gevraagd werd om eraan deel te nemen.

Het is al heel wat als politiekers zich bloot willen geven op een forum inzake wat een hete aardappel heet te zijn: dat is al een verdienste op zich (ook al zou elke politieker dat moeten doen). Ik heb ook als demokraat in hart-en-nieren geen partijbinding vermeld omdat de partikratie de rampzaligste kanker voor de demokratie is die je je kan indenken, zeker in ons politiek bestel. Mijn bekommernis is de veiligheid, de welvaart, de bescherming en eerbiediging van ons Nederlandse kultuurvolk in de breedste zin van het begrip op Europees en op wereldvlak, kortom zijn voortbestaan zelf. De verantwoording daarvan kan gemakkelijk bijeengesprokkeld worden in talloze blogs, het gaat er hier niet om op de valreep mensen te "bekeren": qui potest capere capiat en wie het niet begrijpt of niet wil begrijpen moddert dan maar rustig verder aan. Partijbinding speelt daarin ook niet mee omdat geen enkele partij Groot-Nederland uitdrukkelijk in haar programma heeft staan. Het gaat wel om kiezen met kennis van zaken: weten wie in aanmerking komt om de Groot-Nederlandse gedachte binnen zijn of haar partij aan te kaarten of bij te sturen en vermits er voorlopig geen andere mogelijkheid is op die manier de gedachte in de parlementen waarin ze verkozen worden te verdedigen.

23 februari 2009

Oligarchie

Nederlanders en Fransen hebben de Europese grondwet weggestemd. Na een kosmetische facelift - vlag en volkslied weg, de rest versnijden en verbergen in andere artikelen - wordt het als een paard van Troje weer opgevoerd. Nederlanders en Fransen mogen - in zuivere Sovjet-stijl - hun stem niet meer laten horen want die zijn tegen. Alleen de Ieren nog, die moeten wel wegens hun gondwet. Die worden nu zwaar onder druk gezet. Martin Helme beschreef deze taktiek in het Brussels Journal van 5 december 2006 als volgt: But worst of all, if the people again vote the wrong way, one can be sure that their answer will not be accepted and in a few years’ time they will have to vote again. Just as the Danes had to vote over and over again until they approved the Maastricht Treaty. [...] Once they do this, however, the voting is over and the people will not be allowed to change their minds. European democracy in the beginning of the 21st century can be summed up as follows: if for some reason the voters do not vote the way they are expected to vote, the results are simply dismissed. Never before have democracy and tyranny looked so alike.

Dat zijn dus drie landen waarvan de burger niks moet hebben van de Lissabonse poging tot staatsgreep. Duitsland komt langzamerhand tot bezinning en begint zich vragen te stellen. Polen zegt terecht dat het verdrag dood is omdat het niet unaniem aanvaard werd. Oostbloklanden weten uit eigen bittere ervaring waartoe een oligarchie leidt en de sluikse manier waarop Europa zich tot een oligarchie ontwikkelt kan hen niet ontgaan. Geen wonder dus dat de kritiek alweer uit een voormalig Oostblokland komt.

Václav Klaus heeft overschot van gelijk. Het siert hem dat hij dat openlijk zegt, en wel in het hol van de leeuw. Parliament's establishement outraged titelt Valentina Pop in de EU Observer. Natuurlijk. Hoe zou je zelf zijn als je je perfekt gewaande overval ziet mislukken. Schande over onze eigen "vertegenwoordigers" die zonodig mee moeten heulen met dat oligarchisch establishment. Ze moesten door de grond zinken van schaamte.

Begrijp me niet verkeerd: als ekonomische gemeenschap met alles erop en eraan (eenheidsmunt, centrele bank, vrij verkeer enzovoort enzoverder) is Europa een prachtige zaak. Maar de machtsgreep die nu aan de gang is met het opslorpen van de grondrechten die de Europeanen nog hebben is meer dan een brug te ver.

10 februari 2009

Omtrent weten en niet weten

Zowat ieder huishouden in Nederland krijgt binnenkort de brochure "Evolutie of Schepping" in de bus. Daar gaan we weer.

De officiële doelstelling van de organisaties die de brochure financieren is aan te geven dat de evolutieteorie eigenlijk ook maar een aanname is, een teorie die je naast je neer kan leggen. De werkelijke reden lijkt me veeleer een koppig opstoken van de vermeende tegenstelling tussen geloof en wetenschap. In de kontekst van de brochure dus kristenen en evolutionisten. Geloof en wetenschap hebben niks met elkaar te maken en er is dus geen sprake van wat voor onverenigbaarheid dan ook. Geloof gaat over wat je niet weet, wetenschap over wat je wel weet. Of meent te weten want het wetenschappelijk positivisme kan ook niet zonder aksiomas en Darwin staat ook met zijn mond vol tanden als het over een oerknal gaat. Allemaal aannames dus.

Ook al handelen wetenschap en geloof beide over wat we als werkelijkheid waarnemen, hun respektievelijke benaderingen zijn van een heel andere orde. De wetenschap ontrafelt wetmatigheden en systemen. Ze geeft een antwoord op de "Hoe?"-vraag. Ze gaat er prat op waardenloos te zijn en uitgerekend daarin ligt haar grote waarde. Geloof daarentegen geeft antwoorden op de "Waarom?"- en de "Wat"-vragen. Het is zingeving en een zoektocht naar het wezen zelf van wat we waarnemen, naar wat we waarden noemen en uitgerekend daarin ligt zijn grote waarde. We zien waar en wanneer er leven is, hoe we het kunnen maken en breken. Maar we weten niet wat het is. We ontrafelen de manieren waarop fysische verschijnselen onze psychische aktviteiten beïnvloeden maar het bewustzijn blijft ongrijpbaar. In dat zwarte wenschappelijke gat zit het geloof.

De drie monoteïstische levensbeschouwingen gaan uit van hetzelfde scheppingsverhaal. Kristenen volgen daarvan een voortzetting die in parabelen gebracht werd, op zich al een hele stap vooruit in termen van begrijpelijk maken voor de goegemeente. Ze vergalopperen zich dan ook als ze dat soort zaken te letterlijk nemen. Ze zouden zich beter proberen in te leven in de manier waarop dingen overgeleverd worden vanuit oertijden waarin er nog niet eens een schrift bestond met alle beeldspraak vandien. Wetenschappers gaan dan ook op een stompzinnig onwetenschappelijke manier te werk als ze kristenen op letterlijke interpretatie van hun oeroude teksten aanspreken. Als die zelfbenoemde Darwin-kenners een beetje hersenen hebben moeten ze inzien dat de evolutieteorie het scheppingsverhaal helemaal niet uitsluit. Het scheppingsverhaal vult de evolutieteorie aan waar hun wetenschap het laat afweten. Ik zit al een eeuwigheid te wachten op een beetje gezond verstand bij al die betweters en dat wil niet zeggen dat ik honderd jaar oud ben.

We moesten daar met zijn allen maar eens goed over nadenken voordat we dogma's verspreiden, evolutionisten evengoed als kristenen. Zonde van al dat geld dat een beter doel waardig is.

22 januari 2009

Schild en vriend

Nee, ik heb het hier niet over politiek. Wel over de manier waarop onze omroepen de Nederlandse taal verkrachten. Deze keer eens niet over de spelling maar over de uitspraak. Ook niet over een of andere regionale tongval die er mag en zelfs moet zijn maar over regelrechte betweterige lulkoek.

Soms kan ik er handig gebruik van maken. Ik ben een techneut van opleiding. In de technische wereld wordt het woord "energie" steevast uitgesproken met de zachte Brabantse g. Hoe dat komt weet ik niet, dát uitvlooien laat ik over aan taalkundigen. Wat ik wél weet is dat die uitspraak konsistent is met belangrijke technische begrippen zoals "energetisch rendement". Wat er ook van zij: het laat ons, techneuten, toe om het kaf van het koren te scheiden en er onmiddellijk achter te komen of de spreker deskundig is of alleen maar uit zijn nek zit te kletsen. De zj-sprekers vallen zó uit de boot. Een soort "schild en vriend"-filter dus.

Laatst kwam ik erachter dat dezelfde metode ook in andere vakgebieden bruikbaar is. Muzikanten bijvoorbeeld spreken de naam van de Engelse komponist Purcell steevast op zijn Engels uit met de klemtoon op de eerste lettergreep van zijn naam. Kultuurbarbaren daarentegen op de laatste lettergreep. Een of andere hersenkronkel doet me telkens onwillekeurig aan peterselie denken, maar dat terzijde.

In mijn regio wordt spekulaas gemaakt en iedereen noemt dat ook zo, misschien omdat het rijmt op sinterklaas. Behalve, jawel, de lokale fabrikant die koppig "speculoos" op zijn pakjes drukt. Waar ie dat vandaan heeft mag Joost weten

Ik vrees dat er teveel onbekwame taaladviseurs rondlopen.

19 december 2008

Pasc@l

De rubriek "voor of tegen" van het seniorenblad Pasc@l nr 14 heeft als onderwerp: "Moet Vlaanderen aansluiten bij Nederland?"

Senioren hebben wellicht wat dieper op de zaken doorgedacht dan jonge wolven - ze hebben er in elk geval meer tijd voor gehad - en dus was ik wel benieuwd te lezen wat "oudere wijzere mensen" daarover te zeggen hebben. Het blad laat een man opdraven op de "vóór"-bladzijde en een vrouw op de "tegen"-bladzijde. Of dat op zich al een verklaring voor het meningsverschil is laat ik over aan psychologen. Beide zijn het er in hun aanhef roerend over eens dat België terminaal ziek is. Dat maakt trouwens niet uit gezien vanuit de vraagstelling en ik ga daar dan ook niet verder op in. Hun oplossingen verschillen: de man wil naar de Lage Landen, de vrouw wil Vlaamse onafhankelijkheid. Hun argumenten lopen min of meer over acht onderwerpen.

1. De geschiedenis.

Vóór: Mocht de splitsing een feit zijn dan hoop ik dat Vlaanderen samengaat met Nederland want we zijn eeuwenlang met elkaar verbonden geweest, al vanaf de 16de eeuw. Het Graafschap Vlaanderen en Nederland maakten toen deel uit van de Zeventien Provinciën, een belangrijke hoeksteen van het Habsburgse rijk. Vlaanderen strekte zich toen uit tot in Noord-Frankrijk.

Tegen: Vlaanderen en Nederland, dat gaat niet samen. Men haalt graag vroegere tijden aan, toen Vlaanderen nog bij Nederland hoorde. Maar dat is passé. Vlaanderen is veranderd. En ook Nederland is niet meer hetzelfde land van weleer.

Kommentaar: De geschiedenis is geen doel, de geschiedenis is een leermeester. Vlaanderen heeft nogal wat staatsinrichtingen doorsparteld en de geschiedenis kan ons leren wat de meest gunstige formule geweest is en daar moeten we onze lessen uit trekken. De vraag is alleen welke staatsinrichting het beste met onze volksaard overeenkomt en of daar op het gebied van wat we als goed bestuur beschouwen al dan niet eenstemmigheid over bestaat in Noord en Zuid.

2. Frankrijk.

Vóór: We zijn kunstmatig en gewelddadig gescheiden, en dat was een vergissing, net zoals de vorming van België in 1830. België ís Nederland. En als de Franstaligen verstandig zijn, dan kiezen ze ook voor een aansluiting bij Nederland. Behalve de taal hebben ze met Frankrijk niets gemeen. Bovendien, in Frans-Vlaanderen, Frans-Henegouwen en Frans-Luxemburg voelt men zich nog altijd meer verwant met Vlaanderen en België dan met Frankrijk.

Tegen: Blanko.

Kommentaar: Dit is een pleidooi voor de Benelux, gesteld dat Wallonië zich daarin kan terugvinden.

3. Gemene delers en gelijkenissen.

Vóór: Vlaanderen en Nederland hebben eeuwenlang veel met elkaar gemeen gehad en dat is nog steeds zo. Ik weet dat omdat ik jarenlang in Nederland op vakantie ben geweest. We hebben niet alleen de taal maar ook de cultuur gemeen. Er zijn natuurlijk wel wat mentaliteits- en andere verschillen, maar die worden grotesk uitvergroot, net zoals de verschillen tussen Vlamingen en Walen. De gelijkenissen zijn frappant. Kijk maar naar Belgisch-Limburg en Nederlands-Limburg. Zelfs de bewoners van de regio Breda vertonen heel veel overeenkomsten met de bewoners aan de andere kant van de grens en met die van Belgisch Noord-Brabant.

Tegen: We hebben nauwelijks nog iets met elkaar gemeen, tenzij de taal.

Kommentaar: Dit is een welles/nietes argumentatie of zelfs niet eens. Geen enkel van de argumenten vóór wordt tegengesproken.

4. Ekonomie

Vóór: Vlaanderen, en zelfs België, zou samen met Nederland een luidere stem hebben binnen Europa. Dat is nodig want grotere staten laten vaak hun invloed gelden ten koste van de belangen van kleinere. De Europese integratie op economisch, monetair en sociaal vlak heeft een almaar grotere impact op ons dagelijks bestaan, wat onvermijdelijk tot een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak moet leiden.

Tegen: We zouden elkaar op economisch vlak ongetwijfeld versterken, dat zou een goede zaak kunnen zijn. Maar is dat voldoende om ons te doen samengaan? Ik ben overtuigd van niet.

Kommentaar: Zoals het er staat is het tegenargument in wezen een van de argumenten vóór, ook al zou het op zich niet genoeg zijn.

5. Gezamenlijke belangen

Vóór: Gemeenschappen die veel met elkaar gemeen hebben, moeten uit louter rationele overwegingen gezamenlijk hun belangen verdedigen.

Tegen: We zijn totaal verschillende landen, met totaal verschillende identiteiten. Niets bindt ons nog.

Kommentaar: Niets? En de Taalunie dan met de verdediging van het Nederlands voorop? De GENT-akkoorden? De hele kulturele sektor? De gezamenlijke werelduitzendingen? De gezamenlijke aanpak van de mobiliteit? De universitaire samenwerking? Het Limburg-charter? De Benelux?

6. Win/win situatie of niet?

Vóór: De Europese eenwording zal ons willens nillens tot een intenser samengaan dwingen. Financieel en economisch zullen Vlaanderen en Nederland elkaar versterken, net zoals vroeger.

Tegen: Vlaanderen bij Nederland voegen zou een even bevreemdend effect hebben als de huidige situatie met de Walen.

Kommentaar: Alweer welles/nietes. De verhouding Vlaming/Nederlander is heel anders dan de verhouding Vlaming/Waal: wat we met Nederland doen brengt winst op, wat we met Wallonië doen verlies.

7. Onderlinge verhoudingen.

Vóór: De Gouden Eeuw in Nederland was te danken aan Vlaamse inwijkelingen.

Tegen: De Vlamingen zouden de vreemde eend in de bijt zijn.

Kommentaar: Dit is een bewezen feit tegenover een bange veronderstelling.

8. Monarchie

Vóór: De Belgische troon en de Oranje-troon kunnen zelfs naast elkaar bestaan, inclusief hun protocollaire functies, maar op Nederlandse leest geschoeid, want dat is de goedkoopste oplossing.

Tegen: Mochten Vlaanderen en Nederland samengaan, dan zouden de Vlamingen dus opnieuw een vorstenhuis hebben waar we ons amper mee verwant voelen. Het Huis van Oranje zegt de Vlamingen niets. Al zou ik, mocht ik kunnen kiezen, toch liever Beatrix en haar familie op de troon hebben dan onze eigen koninklijke familie met koning Albert. De Nederlanders spreken immers onze taal, ze zijn veel soepeler en bovendien geraken ze niet verwikkeld in talloze schandalen. Voor mij zou de keuze snel gemaakt zijn.

Kommentaar: Zoals het er staat is het tegenargument in wezen een argument vóór. Het Huis van Oranje is dan toch te verkiezen? Het zegt het ons zogezegd niets maar dat is dan toch nog meer dan het Belgische?

Met dank aan de "wijzen". Voor mij is de keuze inderdaad snel gemaakt.

24 oktober 2008

Overheid

Het zou grappig zijn als het niet zo droevig was te zien wat er allemaal uit de kast gehaald wordt om te "bewijzen" dat Vlaanderen en Nederland té verschillend zouden zijn om samen op te trekken: Boergondisch versus Calvinistisch, katoliek versus protestant, wijn versus bier, rommelig versus saai, ...

Allemaal naast de kwestie: het zijn zaken die best van streek tot streek, van stad tot stad, van dorp tot dorp, van straat tot straat, zelfs van gezin tot gezin mogen verschillen. Het zijn keuzes die je niet aan anderen moet opleggen en dus zaken waar geen overkoepelende overheid voor nodig is. Het zijn vormen van subkultuur.

Een staat is een georganiseerde overheid en als je van overheid spreekt dan spreek je van heel andere dingen: van wetgeving die binnen het territorium van die staat nageleefd moet worden. Van zaken waaraan we bereid zijn ons te onderwerpen in ruil voor veiligheid, welvaart, toekomstperspektieven. Dan spreek je van hoe we dat alles gaan bekostigen, en hoe we dat zo doeltreffend en krachtdadig mogelijk kunnen verwezenlijken. Dan spreek je van afspraken zodat we op elkaar kunnen rekenen. Niet van subkultur maar van kultuur zoals die door Jérôme Heldring in het NRC ooit omschreven werd als het geheel van normen, waarden en omgangsvormen, zeden en fatsoensnormen. Van wat ik zelf dag-in-dag-uit ervaar als een open sfeer met gelijklopende waardenschalen, waar orde en netheid hoog in het vaandel gedragen worden, waar het vanzelfsprekend is dat gemaakte afspraken onverkort uitgevoerd worden, waar regels helder en eenduidig zijn, waar een ja een ja is en een neen een neen, waar kortom niet alleen letterlijk maar bovenal figuurlijk dezelfde taal gesproken wordt.

Dus ook letterlijk, want dat vermijdt misverstanden en interpretatieverschillen en maakt het werk eenvoudiger en doeltreffender. Die ene taal is niet de bron van die kultuur, het is er de verschijningsvorm van: het topje van de ijsberg. Vlamingen laten zich niet verfransen omdat ze Nederlanders gebleven zijn.

Vanuit de gezichtshoek van overheidsaangelegenheden, zeg maar "staatszaken", krijg je voor Vlaanderen en Nederland een heel ander beeld. Dan komen er gelijklopende eindtermen bovendrijven voor het onderwijs. Dan rijpen de plannen om het verkeersinfarkt te behandelen met een eenvormige slimme kilometerheffing in plaats van mekaar te pesten met ondoordachte vignetten. Dan komt er een gelijklopend inzicht dat snelheidsduivels op een eerlijker manier gepakt kunnen worden met trajektkontrole in plaats van met steekproefsgewijs flitsen. Dan komt er onder het goedkeurend oog van de overheden een snelle verbinding tussen Hasselt en Maastricht, rijden De Lijn en Connexxion lustig door elkaar, werken de Limburgse universiteiten samen en gaan de Barelse brandweerkorpsen samensmelten. Dan hoor je Louis Tobback zich een Orangist noemen en Steve Stevaert de Euregio Limburg promoten. De science heeft de fiction al een heel eind achter zich gelaten en het houdt daarmee niet op.

Dat is maar goed ook want we krijgen verder nog meer gelijklopende en levensnoodzakelijke belangen naar buiten toe op ons bordje: een stem waar rekening mee gehouden moet worden in de Europese Unie en op wereldvlak, het voorkomen dat onze kultuur onder de voet gelopen wordt door "grootmachten" wegens te onbelangrijk want niet groot genoeg. Alleen samen hebben we de kritische massa die voor dat alles nodig is. Doen, dus.

13 oktober 2008

Het einde van de regelneverij

Na de mislukking van de spellinghervorming in Portugal, het terugdraaien van de nieuwe Duitse spelling, het verschijnen van het Nederlandse Witte Boekje gepaard gaand met het afhaken van twee kranten moet nu ook de prestigieuse Académie Française de duimen leggen: "Le Robert" neemt in zijn woordenboek zesduizend woorden op met een afwijkende spelling.

Marie-Hélène Drivaud verantwoordt de beslissing als volgt: Cette évolution est tout à fait naturelle [...]. Historiquement, l'orthographe bouge, et c'est très bien ainsi ! Il faut savoir que nous adaptons l'évolution des mots en fonction de leur usage.

Zesduizend woorden kan weinig lijken voor een taal waarvan de woordenschat in de honderdduizenden loopt. Als je daarentegen weet dat je een volwaardige krant kan maken met "slechts" tweeduizend woorden en hun samenstellingen, dan ziet de zaak er plots heel anders uit al was het maar omdat die tweeduizend uiteraard de meest gebruikte woorden zijn die bij uitstek voorwerp uitmaken van l'évolution des mots en fonction de leur usage.

Begrijp me niet verkeerd: een éénvormige spelling blijft mijn voorkeur wegdragen op voorwaarde dat die konsistent en konsekwent is. Daarom gebruik ik de Geerts-spelling in plaats van de knoeiboel die de Taalunieministers verzonnen hebben.

12 oktober 2008

Drie wegen

Voor alle duidelijkheid: mijn horizon is Groot-Nederland. Niet meer maar ook niet minder. Het is zonder enige twijfel de enige strategische positie voor ons Nederlandse kultuurvolk om te overleven, pragmatisch, los van gevoelsargumenten en bevestigd door al wie in staat is uit te stijgen boven privaatbelangen en koudwatervrees.

Ik ga daar dus niet verder op in: de juistheid van die stelling is al ten overvloede aangetoond zowel binnen de linkse als binnen de rechtse vleugel van onze samenleving. Ik ga wel in op de mogelijke wegen om die horizon te bereiken. Voor Vlaanderen zie ik er drie: een herverkaveling, de Benelux en de onafhankelijkheid. Wie nog een andere weg weet mag zijn vinger opsteken. Laat ons die drie eens tegen het licht houden.

1. Een herverkaveling

Dat betekent dat Nederland, Duitsland en Frankrijk rond de tafel gaan zitten met Vlaanderen, de Oostkantons, Wallonië en Brussel om de drie afgescheurde of met wapengekletter buitgemaakte stukken volkeren met hun thuisland te integreren op een zuiver zakelijke manier, dus zonder gevoels- of machtsargumenten maar volgens de internationaal geldende regels van het uti possidetis, ita possideatis. In gewone mensentaal: met eerbiediging van de bestaande grenzen, het gezond verstand dus. Brussel kan daarin als onderdeel van Vlaams-Brabant fungeren zoals het Wilayah Persekutuan (Kuala Lumpur) in Selangor. Dit vereist een staatsmanschap dat we jammer genoeg niet hebben en voor zover ik weet ook nooit gehad hebben. We zullen noodgedwongen een van de twee andere wegen moeten bewandelen.

2. De Benelux

Met deze taktiek keren we in wezen terug naar de toestand van 1830 toen de Britten niet gehinderd door enig sociologisch noch maatschappelijk inzicht de Franse territoriale aanspraken op de Lage Landen poogden af te blokken met hun vondst: "België". Het Nederlands-Franse konflikt werd daardoor bij nader toezien weliswaar ingedijkt maar niet opgelost. Buiten België heeft het zichzelf opgelost, binnen België zijn de territoriale aanspraken van de Franstaligen op Nederlandstalig grondgebied onverminderd doorgegaan met de opstoot die we vandaag meemaken in hun aanspraken op de Brusselse rand. Nihil novi sub sole.

De Benelux is blijven steken in window-dressing, voortdurend geboycot door Wallonië. De verlenging van het akkoord verandert daar niks aan: de Waalse minister-president roept dat Wallonië geen boodschap heeft aan de Lage Landen en niemand maakt me wijs dat de Franstaligen het Nederlands als bestuurstaal zullen aanvaarden met voor het Frans niet minder maar ook niet meer dan dezelfde status als het Fries. Op de taalwetgeving van minister Van Maanen - mét "faciliteiten" voor de franstaligen in hun provincies - heeft het Koninkrijk der Nederlanden destijds schipbreuk geleden.

We krijgen dan opnieuw een afscheiding die niet eens 15 jaar op zich zal laten wachten maar deze keer wel zónder de afscheiding van Vlaanderen: het helpt als we lering trekken uit de lessen van de geschiedenis. In die zin is de Benelux geen oplossing maar misschien wel een bruikbare taktiek want als de Walen eruit trekken is er geen vuiltje aan de lucht, als de Vlamingen eruit trekken is het kot te klein.

3. Een onafhankelijk Vlaanderen

Dat is de stap-voor-stap taktiek. Vermits Wallonië niks moet hebben van Nederland zal Vlaanderen zich eerst van Wallonië moeten ontdoen. Het probleem is dat Vlaanderen als soevereine staat met zekerheid overleeft, al de lulkoek die terzake gespuid wordt ten spijt: dat wordt alleen al binnen de Europese Gemeenschap aangetoond door Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Ierland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slovakije en Slovenië.

Zal Vlaanderen dan nog wel bereid zijn tijdig met Nederland samen te gaan om behalve het veiligstellen van zijn binnenlandse welvaart zich ook op de internationale kaart te manifesteren? Met échte staatslieden wel, ja. Maar die hebben we tot nader order niet.

Er is dus werk aan de winkel.

6 oktober 2008

Verontwaardiging alom, maar om de verkeerde redenen

Wouter Bos zegt dat Nederland de beste brokken uit de Fortis-brand gesleept heeft en Yves Leterme spreekt dat tegen.

Laten we beginnen met ons te realiseren dat dit soort uitspraken in de eerste plaats voor de eigen achterban bedoeld is. Halve waarheden dus. De hele waarheid zal wel ergens tussenin liggen. Ekonomie is niet mijn sterkste kant, dus zal ik het bij die filosofische beschouwing moeten laten. Niettemin zijn er een paar waarnemingen waar niet naast te kijken valt.

Stel dat het waar is dat de Nederlandse takken van Fortis het stukken beter deden dan de Belgische, hoe zou dat dan komen? Als de door de VRT opgegeven onthutsende beursrendementen over een periode van 10 jaar van het met de Franse slag geleide Fortis schril afsteken tegen het op zijn Nederlands bestuurde ING (pakweg drie keer beter dan Fortis) of het op zijn Vlaams bestuurde KBC (pakweg vier keer beter), dan zal het toch wel niet aan de markt maar integendeel aan de verschillende bedrijfskulturen liggen zeker? Aan de beginselen van goed koopmanschap dat Vlamingen en Nederlanders gemeen hebben, waar gezond management op stoelt en waar geen plaats is voor (de helft te dure) prestige-aankopen die je dan met zwaar verlies weer van de hand moet doen. Zeg nou nog eens dat Vlaanderen geen fraaie bruid zou zijn voor Nederland om het gevleugelde woord van Stan de Jong in herinnering te brengen. Ik weet het ook wel: de beurskoersen geven niet de werkelijke waarde weer van die instellingen maar wel het vertrouwen van de beleggers en dat maakt de zaken alleen maar erger. De Nederlandse socialisten hebben het zo verafschuwde kapitalisme dan toch maar fijntjes in hun voordeel aangewend...

Er is inderdaad reden voor verontwaardiging, en nog geen klein beetje: de goede eerste unanieme reaktie van België, Nederland en Luxemburg vorige week, elk in hun eigen rechtsgebied, kon plotseling niet meer. België gaf er blijkbaar de voorkeur aan naar Frankrijk te lopen. Daar moet je de Nederlanders dan ook niet op aanspreken. Bovendien was Paribas plotseling bereid voor dat zogezegd uitgeklede Fortis bijna het dubbele per aandeel te bieden vergeleken met hun eerste bod. Wie houdt hier wie voor het lapje?

1 augustus 2008

Statistieken

Mijn alleerste les statistiek begon met een waarschuwing.

Dat ging zo: teken een sirkel gesneden door een willekeurige rechte en bepaal de lengte van het lijnstuk dat binnen binnen de sirkel ligt. De vraag was: hoeveel van al die mogelijke lijnstukken zijn groter dan de straal?

De groep lijnstukken is ondubbelzinnig beperkt: ze kunnen niet groter zijn dan de doormeter want dan liggen de snijpunten op de grootst mogelijke afstand en ze moeten groter zijn dan nul want in die situatie vallen de snijpunten samen en hebben we een raaklijn. Aan de slag dus.

1. Ik dacht me een oneindig aantal evenwijdige rechten in en mijn oplossing was: alle lijnstukken die op een afstand van minder dan 0.87 keer de straal (cos 30° voor de bollebozen) van het middelpunt verwijderd zijn beantwoorden aan het criterium, dus 87%.

2. Mijn buur trok zijn rechten niet evenwijdig maar in een waaier van 0° tot 180° rond een punt op de omtrek van de sirkel en hij stelde vast dat alle lijnstukken tussen 30° en 120° aan het criterium beantwoorden, dus 67%.

Nou moe?

Om geen misverstand te doen ontstaan: beide berekeningen zijn korrekt. Dus, met statistieken kan je alles bewijzen? Misschien jammer maar niet waar: het gaat er natuurlijk om dat de vraag niet eenduidig gesteld was al lijkt dat op het eerste gezicht wel zo.

Zo gaat het ook met volksraadplegingen.

Stel het volk de vraag: "Moeten Vlaanderen en Nederland herenigd worden?"

Of stel de vraag: "Moeten Vlaanderen en Nederland verenigd worden?"

Één lettertje verschil en je kan er veilig je nek op verwedden dat de antwoorden eveneens verschillend zullen zijn ook al betekenen beide vragen identiek hetzelfde wat het beoogde resultaat betreft. Alleen de formulering verschilt door een verschillend motief binnen te smokkelen: met name ofwel het herstel van een historische vergissing ofwel een pragmatische reorganisatie. Het volstaat dus de vraagstelling zodanig te manipuleren dat je het gewenste antwoord krijgt. In die zin kan je met statistieken inderdaad alles zogenaamd "bewijzen". Daar zijn politiekers buitengewoon sterk in. Als die wat zeggen of schrijven doe je er goed aan de woorden van Martinus Nijhoff in het achterhoofd te houden: Lees maar er staat niet wat er staat.

Daarmee heb ik het nog niet eens over peilingen gehad. Waar verkiezingenen met wegens de kiesplicht in hun zog ook de statistische verwerking een volledig resultaat geven en dus geen foutmarge kunnen hebben is dat met peilingen niet het geval. De bruikbaarheid hangt niet alleen van de vraagstelling af (zie hierboven) maar ook van de steekproefpopulatie: die moet representatief zijn en voldoende groot. Uit welgeteld 16 antwoorden de mening van alle jongeren afleiden brengt het beroep van statisticus in diskrediet en doet elke wetenschapper met een beetje beroepstrots door de grond zinken van plaatsvervangende schaamte. Professor Frank Thevissen is tot nog toe de enige die bewezen heeft zijn stiel voldoende te kennen om peilingresultaten te kunnen voorleggen die door de verkiezingen bevestigd worden. Hij moest dan ook zijn mond houden...

26 juli 2008

Science fiction

De Belgische eerste minister zegt dat een hereniging met Nederland science fiction is heb ik onlangs een nieuwslezer op de radio horen zeggen, tweedehands dus zonder de juiste bewoordingen noch de kontekst te kunnen natrekken en daarmee staat of valt uiteraard de hele uitspraak.

Als er de Heel-Nederlandse versie mee bedoeld wordt heeft de woordvoerder van het Belgische bewind ongetwijfeld gelijk: het werd aangetoond door het uiteenvallen van het Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I. Dat Vlamingen en Walen niet door dezelfde deur kunnen weten we in wezen al sinds mensenheugnis en ze zijn er nu al meer dan een jaar hard mee bezig om dat open en bloot te bewijzen voor wie het nog niet gesnapt zou hebben. Er is niks nieuws onder de zon. Stijfhoofdig gekonkel van dat bewind om ze tóch maar door die ene deur te wringen, dat is pas science fiction en het heeft inderdaad geen zin daar Nederland nog maar eens opnieuw in te betrekken.

Heel anders is het als daar de Groot-Nederlandse versie mee bedoeld wordt. Dan zien we geen fiction maar maar wel de dagdagelijkse werkelijkheid: er is niet alleen de Taalunie maar ook de samenwerking tussen bedrijven, banken en winkelketens in Noord en Zuid, er zijn de Transnationale Universiteit Limburg en de samenwerking tussen de Technische Universiteit van Delft met de door koning Willem I gestichte Gentse universiteit, er zijn de gezamenlijke werelduitzendingen op televisie, en ga zo maar door: Er wordt zelfs luidop gesproken van een gezamenlijke voetbalploeg... Dat is pas science en nog wel zónder fiction.

13 juli 2008

Europa/België: de firma "List & Bedrog"

We zijn er mee grootgebracht, met de wetenschap dat politiekers van alles beloven vóór de verkiezingen en dat allemaal vergeten eens ze aan de macht zijn. De uitvlucht staat al klaar: er moeten kompromissen gesloten worden en dus kan je niet alles verwezenlijken. Er wordt dus ongeveer niks verwezenlijkt. We zijn het zo gewoon geworden dat we het "normaal" zijn gaan vinden. Toch? Is dat niet dé reden waarom hoe langer hoe meer burgers er de brui aan geven en ofwel blanko of ongeldig stemmen, ofwel waar ze het (nog) kunnen schuttingtaal op de kiesbrieven achterlaten of zelfs gewoonweg niet meer komen opdagen?

Wie nog naïef genoeg is speelt de komedie toch maar mee met de verkiezingskandidaten voorop. Vlamingen weten ervan mee te spreken. Er worden dure eden gezworen op de veiligstelling van hun kultuur. Vlaanderen wordt afgebakend. Binnen die grenzen is het Nederlands de bestuurstaal. Anderstaligen (lees: gepriviligieerde franstaligen vergeleken met andere vreemdtaligen) krijgen uitdovende faciliteiten. Zij krijgen onmiddellijk boter bij de vis. De Vlamingen krijgen geen deadline voor de faciliteiten. Het wordt de politiekers dan ook verweten dat ze zich in de zak laten zetten. Wie daarvoor waarschuwt wordt ekstremisme verweten. Vandaag zien we het weer met de vijf resoluties van het Vlaamse parlement. De geschiedenis herhaalt zich.

List & Bedrog: bij de volgende grondwetsherziening worden de faciliteiten gebetonneerd, niks uitdoving dus. De Vlamingen zitten er nu nog mee. De nederzettingenpolitiek van de Franstaligen gaat door. Maar niet ongehinderd want de Raad van State wijst dat nu min of meer terug. Wat is de normale konsekwentie? De drie wetsovertredende burgerzinloze burgemeesters (want dat is een voorbeeldfunktie inzake wetsnaleving) horen onmiddellijk vervangen te worden door regeringskommissarissen. Gaat dat gebeuren? Eénmaal raden. De Vlaamse Lamme Goedzakken zullen er wellicht weer niks van bakken...

Eén "troost": Europa is nóg erger. Dat zeg ik als een tot inzicht gekomen Eurofanaat. Ik heb geloofd in de Europese Gemeenschap, zelfs tot op het nivo van een Europese Verenigde Staten. Naïeveling die ik was. Vrij verkeer van personen, goederen en kapitalen, prima. De eenheidsmunt, prima want die heeft ons geen windeieren gelegd: storm lopen tegen de eenheidsmunt door hem voor de prijsstijgingen verantwoordelijk te stellen is laag bij de grondse volksverlakkerij. De hollende inflatie is wereldwijd en heeft niks met de Euro maar wel alles met grondstofprijzen te maken, aardolie om te beginnen. Als de Euro daar één invloed op gehad heeft is dat het min of meer uitvlakken en temperen van de gevolgen.

Maar goed, mijn bekering zit dieper en het verwondert me niet dat de staten die zich nog maar net losgeworsteld hebben uit de Soviet-invloed zich niet opnieuw willen laten opsluiten in een Europese oligarchie. De Franse president verwijt de Poolse dat hij zijn handtekening intrekt op het Lissabon-akkoord. Hoezo? Dat was toch slechts een voorakkoord onderworpen aan ratifikatie door álle lidstaten? Wat dan met de Europese regel dat een verdrag unaniem goedgekeurd moet worden om geldig te zijn? Telt díe handtekening dan niet meer mee? Zoals de Britse vertegenwoordiging bij het afwijzen van de Europese grondwet destijds zegde: I am not a doctor but when I see a corpse I know that it is dead, kan je alleen maar besluiten dat Polen gewoon de regels volgt en zegt: het verdrag is niet unaniem goedgekeurd. Het is dus dood en we steunen het niet langer, getrouw aan onze Poolse toetredingshandtekening. Het ziet er naar uit dat Tsjechië volgt. Gelukkig maar.

List & Bedrog: de Lissabon-akkoorden zijn kopie-konform aan de afgewezen grondwet. Ze verschillen alleen inzake de window-dressing: het volkslied en de vlag. De gewraakte artikelen werden doodleuk met de salamitechniek uiteengehaald om ze links en rechts te kamoefleren in andere artikels. Waar het écht om gaat - de macht - wordt de soevereiniteit onverminderd in handen gelegd van een niet demokratisch te kontroleren groepje "Ons kent Ons". De burgers van de landen die zich daar tegen verzet hebben mogen er zelfs niet eens meer over stemmen. De balans is niet 1 (kleine) staat tegen 26 zoals de boze verliezers ons voorliegen maar wel 3 tegenstemmers versus 2 voorstemmers van de 5 die zich ooit hebben mógen uitspreken. Maar de Eurokraten willen doorgaan en verloochenen hun eigen spelregels (én handtekeningen, meneer Nicolas Paul Stéphane Sarközy de Nagy-Bocsa).

Zo een Europa? Neen, dank u.

24 april 2008

Pseudoniemen tegen broodroof

We ergeren ons wellicht allemaal aan de scheldpartijen die schering en inslag zijn in fora en blogs. Volgens Peter de Roover in De Standaard van 17 april jongstleden formuleerde iemand de wet van internetdiskussies als: "Hoe langer die duren, hoe hoger de kans dat het woord Hitler erin komt". Leo Strauss noemde het reductio ad hitlerum.

Een paar verenigingen die zich zelf uitgerekend daaraan schuldig maken zouden willen dat de webbeheerders van on-line tijdschriften bepaalde hun niet welgevallige inzendingen van lezers weren. Het verhaal van de pot en de ketel dus. Gelukkig zien de geviseerde webbeheerders dat niet zitten: "Het kost geld en tijd en dat laatste is gewoon niet te verenigen met de snelheid van het internet" zegt een van hun woordvoerders. Wat ze niet zeggen is waar het écht om gaat, met name: sensuur. En laat dat nou toevallig de enige geldige poot zijn waar ze kunnen op staan om hun weigering te staven.

Bart Caron denkt in dezelfde krant ietwat anders over die schuttingtaal: "Een verwerpelijke onderstroom die niet zal verdwijnen door een verbanning van sites. Integendeel, wees er maar zeker van dat het een pervers effect zal hebben. Nog meer frustratie. Nog meer aversie tegen het politiek correcte denken". Er valt heel wat te zeggen voor zijn oplossing: "Haal de lafheid uit die fora. Je kunt maar opkomen voor het persoonlijk recht op vrije meningsuiting als er sprake is van een persoon. Haal de nicknames en andere vormen van anonimiteit eruit". Mooi zo, alleen: dat werkt niet want het is zonder de waard gerekend.

Pseudoniemen zijn net als de geheimhouding van bronnen een absolute noodzaak in een totalitaire staat zoals de Belgische waarin broodroof de prijs is die je moet betalen voor politiek inkorrekt denken of klokkenluiderij. Zelfs zoiets onschuldigs als De Stemmenkampioen moest verdwijnen en professor Frank Thevissen mocht opkrassen.

Het is trouwens van alle tijden: denk maar aan Jan Baptist Verlooy’s Verhandeling op d’Onacht der moederlyke Tael in de Nederlanden. Hij publiceerde ze anoniem te Maastricht (maar liet ze drukken bij De Bel in Brussel) omdat hij onder streng toezicht stond van de Oostenrijkse bewindvoerders. Een herdruk te Gent verscheen bij drukkerij Snoeck-Ducaju en Zoon op aandrang van Van Doorn, goeverneur van Oost-Vlaanderen. De daarbij ook al anonieme uitgever was J.M. Schrant, hoogleraar aan de door koning Willem I gestichte Gentse universiteit. Eén keer raden waarom dat zo nodig anoniem moest.

Heden ten dage is het niet beter. Professor Matthias Storme somt in zijn weblog een aantal gevallen op. In diagonaal: The Strangers werden geboycot omdat ze op een kongres van het Vlaams Blok waren opgetreden; Soetkin Collier mocht niet mee met haar groep Urban Trad gaan zingen op het Eurosongfestival omdat de Belgische Staatsveiligheid niet alleen een fout dossier over haar had opgesteld maar dit ook nog goed getimed naar de Franstalige media lekte; Roger van Houtte werd uit de redaktie Binnenland van de Gazet van Antwerpen geweerd; Verhofstadt kwam via Prodi tussen bij Bolkestein om Derk-Jan Eppink te doen zwijgen of te ontslaan.

En ga zo maar door… Zelfs een bedrijf als McKinsey dat ingeroepen wordt om ekonomisch advies te geven en daarvoor een blazoen van onpartijdigheid en onkreukbaarheid hoog te houden heeft bestaat het om dat allemaal te grabbel te gooien in de zaak Herman de Bode door op de meest platvloerse manier politieke korrektheid te doen primeren op wetenschappelijke objektiviteit. Wie vertrouwt zo’n "raadgevers" nog? Zullen ze ooit een levensnoodzakelijke herstrukturering aanraden als die bij toeval niet in het kraam past van de ons-kent-ons-kliek die denkt te moeten waken over wat we mogen denken?

Vakbondsleden worden ontslagen omwille van hun politieke overtuiging ondanks de algemene antidiskriminatiewet die nadrukkelijk elke diskriminatie verbiedt op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst. Je leest het goed: ook politieke overtuiging staat daar bij vermeld maar die diskriminatie gebeurt ondertussen toch en nog wel onder het goedkeurend oog van het CGKR, van de overheid dus. Geen wonder dat 160 burgers bij het Grondwettelijk Hof een verzoek ingediend hebben om de antirassismewet, de genderwet en de algemene antidiskriminatiewet van 10 mei 2007 te vernietigen, niet eens om reden van het schaamteloze misbruik dat van deze wetten gemaakt wordt ook al is dat de trigger, maar op grond van de in deze wetten zelf ingebouwde diskriminatie en hun onverenigbaarheid met de grondwettelijke burgerlijke vrijheden.

Je moet vandaag de dag wel goed gek zijn of buitengewoon diep verontwaardigd om het lot te tarten door met naam en toenaam je recht op vrije meningsuiting te gebruiken en de moed op te brengen om bijvoorbeeld de petitie www.vlaamseonafhankelijkheid.be te ondertekenen. Niet te verwonderen dat er vandaag "slechts" een goeie 9800 natrekbare naamtekeningen onder staan met in verhouding opvallend veel huismoeders, mensen op rust, expats, studenten of zelfstandigen die immuun zijn voor broodroof, terwijl tussen een derde en de helft van de Vlaamse bevolking kiest voor partijen die achter een of andere vorm van rechtstreeks of "omfloerst" separatisme staan. Verkiezingen zijn veilig anoniem, zie je. Nogmaals professor Storme: "Die broodroof schuwt de publiciteit; ze is veel gevaarlijker dan publieke hoon en smaad. En de dreiging ermee is ook veel effectiever, want op publieke beledigingen kan je nog antwoorden, tegen al dan niet gecamoufleerde dreiging met broodroof sta je grotendeels machteloos. En één enkele persoon bij wijze van voorbeeld broodroven weerhoudt er honderd anderen van om zich te outen. Als je dat letterlijk neemt zitten er in Vlaanderen pakweg een miljoen radikale vrijheidstrijders in de katakomben en dat komt aardig in de buurt van de verkiezingsuitslagen.

12 februari 2008

De kroon ontbloten

Zozo, "iemand" is dus klokkenluider geweest en heeft "gelekt" wat de "Koning der Belgen" heeft durven zeggen. En dat zou ongehoord zijn - dat lekken wordt bedoeld. Hoezo, ongehoord? Ik éis gewoon dat ik als burger onverkort alles, maar dan ook alles weet van wat er over mijn hoofd heen inzake onder meer mezelf bedisseld wordt. Zodat ik kan ingrijpen. Nou, ja: veel meer dan op de verkiezingen opduiken zit er niet in en daar wordt dan niet eens rekening mee gehouden op oekaze van diezelfde koning neem ik aan. Niettemin: je moet roeien met de riemen die je hebt, toch? Dat is demokratie of niet soms? Als niet geweten mag worden wat de koning zegt dan is dat geen demokratie meer maar despotisme. Zelfs de verlichte vorm daarvan ligt al een paar eeuwen achter ons...

Natuurlijk mag de koning een eigen mening hebben maar hij moet boven de partijen blijven staan en dus moet hij die mening voor zich houden. In gewone mensentaal: zijn mond daarover houden. Hij dient zich te onthouden van uitspraken daarover en zeker over uitspraken die het daglicht niet velen. Dát is pas ongehoord. Als hij die "ongeschreven" regel die in wezen niet meer is dan elementair fatsoen overtreedt is hij niet waardig koning te zijn. De fout ligt dan niet bij de klokkenluider maar wel bij die koning zelf. Is hij daardoor beschadigd? Natuurlijk: eigen schuld, dikke bult.

Dat de koning niet weet wat er in "zijn" volk leeft plaatst hem "eervol" in het rijtje van nutteloze despoten die maar niet konden snappen waarom "het volk morde". Aan de adviezen van zo iemand heeft niemand behoefte. Zo een onwaardige "De Kroon" kan nooit genoeg ontbloot worden.

30 januari 2008

Biobrandstof

Ik ben al lang bezig met milieuvriendelijke energievoorzieningen. Eigenlijk op vraag van een technische school in Afrika waar elektriciteitsvoorziening afhankelijk was van de goeie wil in een verwarde kluster van  overheden,  allerhande schaarste, slechte infrastruktuur, stammentwisten en dies meer. Ik pluisde toen de mogelijkheden uit om met een biogasturbine elektriciteit te halen uit afval en om een waterreservoir gevuld te krijgen met een windmolenpomp.

Alhoewel milieuoverwegingen in dat bepaalde geval niet de voornaamste trigger waren speelden ze wel mee: ik volgde toen al geruime tijd van nabij de resultaten van de Tvind-molen in Denemarken en de pogingen van professor Patfoort om afval nuttig aan te wenden. We gingen met de mensen rond De Koevoet kijken naar de eerste windmolen die stroom aan het net mocht leveren in Heist-op-den-Berg en dat soort dingen. De manier waarop de overheid biogasinstallaties nu boycot vind ik dan ook niet te pruimen. Wetende dat in Nederland en Duitsland dergelijke installaties tot tevredenheid van iedereen draaien - omwonenden inbgrepen - doet het vermoeden ontstaan dat het ongefundeerde protest tegen dergelijke installaties georkestreerd is door belangen die de omwonenden met regelrechte leugens voor hun karretje spannen.

Je zou kunnen verwachten dat ik met laaiende geestdrift de hype rond biodiesel begroet. Niet dus. Wind en waterkracht benutten, prima. Afval benutten, ook prima. Maar voedingsgewassen gaan gebruiken om er brandstof van te maken lijkt me een brug te ver. Dat is oneigenlijk gebruik, zelfs regelrecht misbruik. Het protest van 4x4info, Friends of the Earth, Oxfam IEW en IEB verwoordt dat aanschouwelijk door te stellen dat je met het graan nodig om één tank agrobrandstof te vullen genoeg brood kan bakken om een persoon een jaar lang te voeden. Zelfs al is de verhouding die daar aangegeven wordt niet korrekt, de grond van de zaak is en blijft het misbruik van brandstof voor de menselijke stofwisseling als brandstof voor motoren. Het is een laag bij de grondse poging om de autoverslaving te bestendigen zodat ongehinderd verder wagens gesleten kunnen worden. Op zo een manier de nering naar de tering zetten is etisch onverantwoord, meer zelfs: het is misdadig.

27 november 2007

Vlamingen zijn ontvoerde Nederlanders

Wat van de aktie "Red de solidartiteit" niet gezegd kan worden (die oproep was regelrecht boerenbedrog, ze had met solidariteit niks te maken) kan wel gezegd worden van de aktie "Red België": daar werd eerlijk en recht voor de raap, open en bloot gezegd waar het om gaat. Volgens de ene was het een sukses, volgens de andere een flop. Het ligt er aan hoe je het bekijkt. De Wereldkrant van Radio Nederland Internationaal vatte het als volgt samen:

In Brussel hebben enkele tienduizenden Belgen betoogd tegen een mogelijke opdeling van het land. Vooral Franstalige inwoners van Wallonië en Brussel namen deel aan deze Mars voor de Eenheid. De demonstranten vinden dat Waalse en Vlaamse partijen elkaars kritiek moeten vergeven in het belang van België. Vanwege politieke tegenstellingen duurt de Belgische kabinetsformatie al 161 dagen.

Daarmee wordt meteen het fabeltje dat "Buitenlandse Zaken" via de ambassades heeft trachten te verkopen naar de prullenbak verwezen: ook buiten onze officiële grenzen heeft men door dat de aktie een franstalige aangelegenheid was. De poging om de wereld wijs te maken hoe één we wel zijn werd vakkundig de grond in geboord door het simpele feit dat de verhouding van beide volkeren in België op geen enkele manier terug te vinden was in de opkomst en dat is zelfs de franstalige pers opgevallen. In die zin kunnen we de aktie vanuit het standpunt van objektiviteit inderdaad een sukses noemen.

In de lawine van artikels, kommentaren, fora, blogs en noem maar op die zich over de formatie en al wat daarrond gebeurt gebogen hebben is er één buitengewoon heldere opmerking in mijn geheugen blijven hangen: ze kwam neer op Vlamingen zijn ontvoerde Nederlanders. Helderder heb ik het nog niet weten verwoorden. Vermits je kan verwachten dat de meeste mensen niet lijden aan het Stockholm-syndroom en dus ook geen affiniteit vertonen met hun ontvoerders verwondert het me niet dat de Vlamingen schaars aanwezig waren.

25 oktober 2007

Petities zijn geen peilingen zijn geen verkiezingen

Om door de al lang opengestampte deur binnen te stappen: verkiezingen zijn de énige manier om te weten wat de bevolking verwacht dat er de eerstvolgende regeerperiode moet gebeuren en gelijk de opdracht om dat ook uit te voeren.

Waarom dan nog peilingen houden? Peilingen zijn tenslotte slechts steekproeven waarvan de waarde afhangt van welk segment van de bevolking ondervraagd wordt, hoe groot de steekproef is en hoe de vragen gesteld worden.

Dus waarom?

Om de politiek bij te sturen? Daarvoor is een referendum het geëigende middel.

Omdat politiekers willen weten wat van hen verwacht wordt? Ze zijn verkozen om hun achterban te vertegenwoordigen, dus horen ze dat al vooraf te weten zónder het nog eens aan een paar duizend hopelijk willekeurig maar meestal zorgvuldig uitgekozen mensen te vragen. Een politieker die een peiling nodig heeft voor zijn werk is gewoon onbekwaam voor de job.

Om de nieuwsgierigheid van journalisten te bevredigen? Daar kan ik inkomen op voorwaarde dat voldaan is aan de eisen van representativiteit en objektiviteit. De enige peiling die ooit min of meer in de buurt van de realiteit bleek te komen, met name De Stemmenkampioen, werd van hoger hand tot zwijgen gebracht. Daar schiet een journalist met wat beroepseer dus niks mee op.

Of is het een poging om de bevolking te misleiden? Om de ongeschreven regel iedereen doet het omdat iedereen het doet, dus hoort het ook zo te misbruiken als stemadvies? De ervaring met De Stemmenkampioen wijst in die richting.

Waarom dan petities?

Om te weten wat de bevolking wil? In tegenstelling tot verkiezingen en peilingen zijn petities niet naamloos. Niet iedereen is zomaar geneigd om open en bloot de wereld kond te maken dat hij achter een of ander standpunt staat, zeker niet als dat standpunt niet politiek korrekt is want dan kan je met sankties af te rekenen krijgen. Denk maar aan het uitstoten uit de vakbonden, verbod op te treden als podiumkunstenaar, het hele sovjet-arsenaal dat hier op dit ogenblik welig tiert.

Een petitie is een drukkingsmiddel van aktivisten. Niet meer en ook niet minder. Het is een goed middel om een stelling aan te kaarten maar volstrekt ongeschikt om koppen te tellen. Het boerenbedrog van als oproep tot solidariteit verpakt belgicisme, het via barnumreklame of zelfs de verkrachting van de scheiding tussen kerk en staat ondertekenaars trachten te ronselen die anders blijkbaar onvoldoende spontaan komen opdagen, het heeft allemaal meer weg van wanhoopsdaden dan van toekomstvisie. Dat de kerk daar niet op ingaat is vanzelfsprekend: haar taak op de preekstoel is morele normen voor te houden en daar hoort de keuze van een bestuursvorm niet bij. Wel de inhoud van wat dat bestuur geacht wordt voort te brengen, maar zelfs dan zal je de kerk niet horen zeggen dat er enkel gestemd mag worden voor de enige partij die haar abortusstandpunt verdedigt om maar iets te noemen.

Wat petities ons wel leren is dat er dingen gebeuren die een aantal mensen doen denken trop is teveel en ze dat ook luidop doen zeggen, met naam en toenaam en alle risiko's vandien. Het leert ons op welk moment de emmer overloopt. Het is geen toeval dat de petitie www.vlaamseonafhankelijkheid.be vlak na de wetsovertredingen in Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem op één dag een zesvoudige opstoot kende vergeleken met wat er gemiddeld dagelijks bijkomt.

23 september 2007

Van rechten en voorrechten

Zozo, de franstaligen in de faciliteitengemeenten zijn bang dat ze hun rechten gaan verliezen. Welke rechten dan wel? Ze zullen ook na de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, zelfs in een onafhankelijk en ééntalig Vlaanderen identiek dezelfde rechten hebben als de Vlamingen en ook identiek dezelfde plichten, inbegrepen de plicht zich van de landstaal te bedienen voor alle openbare kontakten.

Dat ze om die inburgeringsplicht te vergemakkelijken ("faciliter" nietwaar?) in een aantal gemeenten faciliteiten gekregen hebben is helemaal geen recht maar een voorrecht. Dit voorrecht nu als recht gaan opeisen is meer dan een brug te ver. Het enige dat ze met deze soort onbeschofte arrogantie bereiken is dat het ogenblik waarop dit gedoogbeleid stopgezet wordt met rasse schreden naderbij komt.

11 september 2007

De échte geschiedenis

In een opinieartikel schrijft The Economist van 6 september onder de titel Time to call it a day een heleboel schijnbaar neutrale waarnemingen over wat er met België aan het gebeuren is. De toon is ongeïnteresseerd en heeft ook geen last van enige kennis terzake. Als ik daarin over België lees:

When it was created in 1831, it served more than one purpose. It relieved its people of various discriminatory practices imposed on them by their Dutch rulers dan gaan alle toeters en bellen af want niets is minder waar. Die various purposes zullen er wel geweest zijn, maar de discriminatory practices zijn hersenschimmen.

In het anderhalve decennium dat Willem I onze vorst was werd er een vandaag niet meer denkbaar palmares aangelegd om ons land te ontwikkelen.

Julienne Laureyssens schrijft daarover:

Gemeten met het aantal geplaatste stoommachines werden er tijdens het Verenigd Koninkrijk 423 machines geplaatst vergeleken met 13 in de Franse Tijd. Kenmerkend is vooral dat slechts 11% van deze machines geïmporteerd werd, terwijl in de Franse Tijd dat nog met 33% het geval was.

Ze gaat verder: Willem I heeft getracht een globale oplossing te brengen [...] door het ontwerpen van een systeem van speciale parastatale instellingen. De Algemeene Nederlandse Maarschappij (gesticht in 1822) had tot taak afzetmarkten en een verkoopstructuur voor de uitvoer op te bouwen. Het Industriefonds moest waardevolle projecten in de nijverheid op directe wijze ondersteunen. [...] Het Amortisatie-Syndicaat (gesticht in 1822) had voornamelijk tot taak de conversie en de aflossing van de oude schuld door te voeren [...] Tenslotte stichtte Willem I in 1822 nog de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Volksvlijt, de Generale. [...] De vorst was persoonlijk zeer nauw betrokken bij het ontwerpen van deze speciale financiële instellingen en hij aarzelde ook niet zijn persoonlijk fortuin en dat van het Koninklijk Huis in aanzienlijke mate in deze ondernemingen te betrekken. 25800 aandelen van 500 gulden per stuk op een totaal van 60000 waren er dat.

Joke Roelevink schrijft: Koning Willem I wachtte met een gedetailleerde regeling van de athenea en de overige stedelijke colleges, maar stichtte in het Zuiden wel drie universiteiten in Gent, Leuven en Luik als tegenhangers van Leiden, Utrecht en Groningen.

Waar zitten dan die various discriminatory practices? Wie het weet mag zijn vinger opsteken.

Er was één vervelend probeempje: het taalprobleem. De officiële voertaal was het Nederlands. Het Frans had dezelfde status als het Fries, niet minder maar ook niet meer. En dat zinde de franstaligen niet. Dát was het "juk" van Willem waar de franstaligen onderuit wilden.

Alexandre Gendebien schrijft: Dans diverses réunions à Bruxelles les 7, 13, 15 et 17 août, réunions [...] qui avaient pour but d'examiner le parti à tirer de la révolution française pour secouer le joug, nous étions tous d'accord, un seul excepté, que le seul moyen était la réunion à la France.

Zijn kompaan Louis de Potter gaat dezelfde weg op: J'ai espéré, désiré la réunion de la Belgique à la France, comme le seul moyen de nous débarasser du joug du roi Guillaume.

Het gelijk stellen van het Nederlands en het Frans gebeurde pas in 1932. Dat maakte een einde aan één aspekt van diskriminatie. De franstalige Belgen wilden - alweer - niet van gelijkberechtiging weten en drongen aan op de federalisering die Wallonië vrijwaarde van tweetaligheid.

Er is niks nieuws onder de zon: vandaag steekt die oude draak de kop weer op: hij wordt het scherpst waargenomen en tegen het licht gehouden door Eric Ponette waar hij zegt: Bovendien stellen we vast dat, ondermeer als gevolg van de Franstalige politiek van "le droit de la personne" ("ius personae"), de taalgrens in de loop van de eeuwen steeds verder is opgeschoven naar het noorden en nooit naar het zuiden. Wij hebben dus geen lessen in democratie te ontvangen van imperialisten, die hun grondgebied uitbreiden door in een eerste fase "le droit de la personne" te propageren en die in een tweede fase zonder scrupules de uitbreiding consolideren door "le droit du sol" te huldigen. Deze Franstalige hypocrisie kan niet genoeg ontmaskerd worden.

Dat is wat we zien gebeuren als de franstaligen zich verzetten tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en als tegenprestatie de oorlog verklaren door aanspraak te maken op Vlaams grondgebied.

Je moet óf achterlijk zijn óf te kwader trouw om nog langer de Belgische kolonisering van grondgebied dat het Nederlandse kultuurvolk toebehoort goed te praten, laat staan te verdedigen.

1 september 2007

Geschiedenisvervalsing (vervolg)

Blijkbaar heeft ieder land een geschiedenis nodig om zichzelf te legitimiseren. Die geschiedenis wordt dan overal ter wereld duchtig vervalst. Ik struikel daar weer eens over als De Standaard tussen de lijnen door nog maar eens een hoop al lang achterhaalde drogredenen bovenhaalt. De Belgische entiteit van 1830 was wel degelijk een over de eeuwen gegroeide eenheid. Zo een flagrante onwaarheid jaagt iedere geschiedkundige die nog wat beroepseer over heeft de gordijnen in. Als er al ooit van één over de eeuwen gegroeide eenheid sprake is dan wel de konfederale (avant-la-lettre) Staten verenigd in de Staten Generaal. En als er al één scheiding is die nog betere adelbrieven kan voorleggen van tijdens de Romeinse overheersing ononderbroken tot op heden, dan is het de scheiding tussen het Romeinse en het Germaanse Rijk. België is niks anders dan een buffer om ruzieënde buren uit elkaar te houden. Zo een stommiteit wordt vandaag niet meer op poten gezet: nu wordt er onder toezicht van de Verenigde Naties een gedemilitariseerde zone ingesteld die zo snel mogelijk van zodra de rust hersteld is opgeheven wordt.

Er staat nog meer nonsens in onze regimekrant. Over de grenzen tussen Vlaanderen en Wallonië bijvoorbeeld: Je kunt vertrekken van de taalgrens maar die heeft geen internationaalrechtelijk statuut. Daarover moet dus worden onderhandeld. Daar ís al over onderhandeld en die ligt vast, ook internationaal: Vlaanderen en Wallonië kunnen rechtstreeks en rechtsgeldig internationaal optreden en verdragen sluiten. Leg maar eens uit hoe dat zou kunnen als die deelstaten niet eenduidig in de internationale kontekst omschreven zouden zijn, territorium inbegrepen.

De Europese Unie zal aandringen op extra rechten voor Franstaligen in de Rand, op Franstalige scholen en erkenning. van het Frans. Dat is pas een echte giller: doet de Europese Unie dat in Nederland? Tuurlijk niet. De Fransen stellen inderdaad alles in het werk om het Frans als enige brontaal voor Europese juridische teksten te gebruiken maar dat stuit terecht op een hoop weerstand, niet in het minst vanwege de landen die het Engels als lingua franca gebruiken en willen behouden. We hebben in Vlaanderen trouwens nog aanzienlijke andere minderheden. De Franse minderheid heeft precies evenveel rechten dan al die andere en precies evenveel als in alle andere Europese landen. Niet minder maar ook niet meer. Het woordje extra in de tekst kan niet door de beugel want het is zuivere diskriminatie.

Onze beste Europese partner wordt wellicht toch Wallonië. Neen, Nederland. Dat is trouwens nu al zo en dat is een gevolg van de over de eeuwen heen gegroeide onderhuidse samenhorigheid ook al wordt die van bovenaf voortdurend ijverig onder de mat geveegd. Vlaanderen lust de "Ollanders" niet. De Zeeuwen, de Noord-Brabanders, de Oost-Limburgers, de Gelderlanders, de Friezen en ga zo maar door (met uitzondering van de Utrechtenaars) lusten die óók niet. We zijn geen Hollanders, nee. Maar we zijn wel Nederlanders. Al eeuwenlang. Dat is trouwens de reden waarom de Vlamingen zich niet hebben laten opgaan in de Franse kultuur, hoe prestigieus die dan ook moge zijn (of denkt te zijn). Als ik dan lees: Enkele commentatoren haalden de voorbije dagen nog eens de "oranje droom" van stal, dan barst mijn klomp. Het gaat hier niet om een droom maar om een peiling van de RTL, weliswaar met alle voorbehoud voor peilingen. Maar als uit een enquête van TNS NIPO in opdracht van het RTL4-programma Editie NL blijkt dat 61% van de ondervraagden denkt dat beide landen beter zouden worden van een fusie en dat 85% ook wel wat ziet in een intensievere samenwerking met de Vlamingen dan kan je dat niet wegmoffelen in onzekerheidsmarges.

Het morele gewicht van België in het buitenland stelt niks voor. Zie wat het Europees parlementslid Nigel Farage in een reactie op de toespraak van Guy Verhofstadt in het Europees Parlement vertelde op 31 mei 2006: I find it a bit rich for the prime minister of Belgium to come along here and tell 24 other nation states what they should do. I say that, because perhaps he ought to look a little bit more in his own backyard. The most recent opinion poll in Belgium, or should I say in Flanders, shows that 51% of people there favour independence from the Belgian state. The Vlaams Belang is now the biggest political party in Flanders. Is it, Mister Verhofstadt, that you're so embarrassed and ashamed that your own country is falling to pieces, that you've come along here to encourage the rest of us to self-destruct as well? I'm not sure. Although I suppose there was at least a certain honesty about your speech, because you are an unashamed Euro-nationalist. You couldn't give a damn what ordinary people think, you couldn't give a damn about the referendum results in France and in the Netherlands last year. [...] What part of the word "NO" don't you understand?

28 augustus 2007

Eretitel

Plakkaat van Verlatinghe, 26 juli 1581: De Staten verklaarden dat hun vorst hun vrijheden en rechten had geschonden en verklaarden hem daarom vervallen van de troon. Zijn troon werd verlaten verklaard. Het was een onafhankelijkheidsverklaring die diende tot inspiratie voor de onafhankelijkheidsverklaringen van de Verenigde Staten van Amerika (via Nederlandse immigranten) in 1776 én van de verschillende Zuidelijke Nederlanden tijdens de Brabantse omwenteling in 1790.

2007: na de koppige Waalse weigering Vlaanderen (en zichzelf) de broodnodige instrumenten te bezorgen om tot een doelmatig bestuur te komen, de weigering de grondwet toe te passen zodat geen geldige verkiezingen meer gehouden kunnen worden en de pogingen om op Vlaams grondgebied wetten te stellen en zelfs Vlaams grondgebied in te palmen (een regelrechte oorlogsverklaring is dat) zitten we in een toestand die vergelijkbaar is met wat in 1581 gebeurde, met name een flagrante schending van de in de grondwet verankerde vrijheden en rechten van de deelstaten.

Het wordt tijd voor een nieuwe versie van het Plakkaat van Verlatinghe waarbij deze keer de federale overheid vervallen verklaard hoort te worden van haar voogdij over die deelstaten. Laten we ons vooral niet misleiden door zogenaamde grote nadelen daarvan, die trouwens noch de koning, noch de ministers van staat konkreet kunnen aangeven. Die heren weten best dat de voordelen voor de burger daar met kop en schouders bovenuit komen. Voor henzelf ligt dat uiteraard anders, maar het grenst aan het misdadige dat uit te vergroten naar de hele bevolking toe.

Séparatisme! schreeuwen de franstaligen in koor en dat bedoelen ze echt niet als nuchtere vaststelling. Het zegt heel wat anders: het is bedoeld als verwijt, als scheldwoord zoals ze ooit de naam Geus gebruikten. Ze missen het intellektuele vermogen om in te zien dat separatisten in wezen vrijheidstrijders zijn, niet meer maar ook niet minder. Een vrijheidstrijd is een eerbare zaak, zeker als die strijd op een vreedzame manier gevoerd wordt. Ze hopen op een afschrikeffekt maar het maakt geen indruk op de Vlamingen. Integendeel: nadat Yves Leterme cést un séparatiste! naar het hoofd geslingerd kreeg behaalde hij op zijn sloffen een monsterscore. Het is zoetjesaan een eretitel aan het worden.

Overigens zijn verwijten en scheldpartijen nepargumenten voor wie verder geen argumenten heeft.

29 mei 2007

Van hardware en software

Ik heb de 36 in de "doe de stemtest" opgenomen (niet weerhouden want dat betekent geweigerde) stellingen gelezen. Uit nieuwsgierigheid trouwens ook de 19 vermelde stellingen die wél weerhouden werden maar die doen niet mee want niet opgenomen.

Ik heb beslist niet aan de test mee te doen omdat hij waardeloos is. Dat klinkt nogal aanstellerig, het geesteskind van een aantal hooggeleerde heren naar de prullenbak verwijzen, maar ik kan echt niets anders. Het is een puik stukje statistiek, dat wel, maar het is een oefening naast de kwestie waarbij ik me bovendien de vraag stel in hoeverre het ding de anonimiteit garandeert en niet als vervalste peiling misbruikt kan worden.

Er is in de politiek hardware (onze instellingen, hun bevoegdheden, het hele santenkraam...) en software, datgene wat je wil realiseren en waar je die hardware voor nodig hebt om het te kunnen realiseren. De beste software blijft in de lade liggen als de hardware om ze te draaien er niet is of als die om de haverklap hapert, uitvalt, noodzaakt tot een herstart van het systeem of meer van dat fraais.

Van de 36 vragen uit de test zijn er 34 software en slechts 2 hardware. Laten we eerlijk blijven: als die hardware goed zou draaien is dat allemaal geen bezwaar maar onze politieke hardware ligt meer stil dan dat ze werkt. De hele stemtest is een prima barometer om het buikgevoel te testen maar waardeloos als het aankomt op het realiseren van een doeltreffend bestuur. In de huidige situatie had minstens 20% moeten handelen over de vraag hoe we die hardware doeltreffend aan het draaien krijgen. Het opruimen van blokkeringsmechanismen en wederzijdse bemoeizucht, het toekennen van de rechtmatige soevereine beslissingsmacht aan onze volkeren, de levensnoodzakelijke herorganisatie op de maatschappelijke basis die gevormd wordt door het geheel van normen en waarden, omgangsvormen, zeden, gebruiken en fatsoensnormen, in één woord: op basis van kultuurvolkeren die niet alleen letterlijk maar vooral figuurlijk eenzelfde taal spreken zodat de kans op vastlopen zo klein mogelijk is. Deze test spiegelt een keuze voor tussen een heleboel mooie dingen zónder erbij te vertellen dat er niks van in huis kan komen omdat het allemaal fataal verzandt in soms lijnrecht tegenover elkaar staande visies.

De twee stellingen van strukturele aard die daar iets aan kunnen verhelpen zijn:
- nr 29 - Vlaanderen moet onafhankelijk worden;
- en nr 31 (met de hakken over de sloot) - Werkloosheidsuitkeringen moeten alleen uitbetaald worden door de overheid, niet door de vakbonden.

Er is één twijfelgeval: nr 2 - Alle Vlamingen moeten ook voor Franstalige politici kunnen stemmen. Als met "Franstalige politici" Walen bedoeld zijn is het een hardwarevraag; zoniet is het een softwarevraag die dan nog verfijnd zou moeten worden met "geïntegreerde" of "niet geïntegreerde" Franstaligen. Nog beter ware "anderstaligen", zoniet komt er weer diskriminatie op basis van afkomst bovendrijven terwijl naar mijn gevoel enkel gediskrimineerd mag worden op basis van de bereidheid in onze samenleving zo goed mogelijk mee te draaien: wie dat niet wil sluit zichzelf uit.

De gehanteerde keuze voor de stellingen in de stemtest legt een verbijsterend tekort aan inzicht bloot bij de samenstellers: de kiezers polsen welke snoepjes ze graag zouden hebben en gelijk de deur van de snoepwinkel voor het grootste gedeelte dicht houden. Bovendien mikt ze niet op een demokratisch maar op een partikratisch systeem: een systeem waarin naar partijen gezocht wordt in plaats van naar volksvertegenwoordigers. Als demokraat in hart en nieren interesseert het me niet welke partij het best aan mijn verwachtingen voldoet. Wat mij interesseert is welke volksvertegenwoordiger aan de meest doeltreffende bestuursvorm wil werken en dat is als eerste stap de onafhankelijkheid van Vlaanderen om uit het slop te geraken en als tweede stap het herstel van de Lage Landen als politieke eenheid om in Europa niet onder de voet gelopen te worden. Zonder die randvoorwaarden is al de rest gebakken lucht.

29 april 2007

Een slimme kilometerheffing

We gaan erop vooruit. De eerste stap is al gezet. Onze bewindslieden hebben begrepen dat het onetische zakkenrollen bij de buren geen genade vindt bij het volk der Lage Landen dat slim genoeg is om te weten dat er een weerbots komt en dat we straks niet alleen klanten gaan verspelen in onze handel maar ook dat de weg open ligt voor een wildgroei waarin we onze grenzen niet meer uit zullen kunnen zonder in elk Europees land dat we aandoen ook zoiets te moeten betalen en dan zónder kompensatie.

Een slimme, satellietgestuurde kilometerheffing differentieert de belasting op autorijden naar tijdstip, plaats en type wagen. Bestuurders die met een milieuvervuilend voertuig tijdens de spits in stedelijk gebied rijden, zouden via slimme kilometerheffing meer moeten betalen dan chauffeurs die buiten de spits op een rustige weg rondrijden. Wie daarbij een weinig vervuilende wagen gebruikt, zou bovendien minder betalen dan wie een meer vervuilende wagen rijdt schrijft Bral

Het grappige is dat we al over een gelijkaardige kilometerheffing beschikken: ze heet aksijns op de brandstof voor motorvoertuigen. Het brandstofverbruik - met in het zog daarvan de aksijns - is afhankelijk van de afgelegde kilometers, van het motorvermogen (zeg maar de schade die we aan de infrastruktuur aanrichten), de zuinigheid van de wagen (het milieuaspekt) en het verschil tussen langs de ene kant spitsverkeer (voortdurend starten en stoppen) en langs de andere kant ononderbroken op cruise control kunnen rijden buiten die spits. In tegenstelling dus met wat Bral (net iets te kort door de bocht) besluit is aksijns géén vlakke taks maar een variabele: een echte kilometerheffing met alles erop en eraan zónder dure investeringen in allerlei spitstechnologie en met een beetje goede wil in de kortste keren invoerbaar.

Het slimmigheidje zit dus niet in de nieuwe heffing maar wel in de poging om de bevolking om de tuin te leiden door haar die tweede belasting niet open en eerlijk te verkopen voor wat ze in wezen is: een belasting. Wij zijn ondertussen al wel slim genoeg om te weten dat het toch weer uit dezelfde zak betaald moet worden. Onze bewindslieden zijn blijkbaar net niet slim genoeg om te beseffen dat er hoe langer hoe meer mensen die kneep doorzien. Waarom niet gewoon de aksijns en de kilometerheffing in één enkele heffing samenvoegen? Of is dat te helder en dus gevaarlijk voor onze bewindslieden?

Ik hoor mijn lezers al grommen dat de Duitsers en Fransen en andere Europeanen dan wel vóór de grens zullen gaan tanken om dan in één ruk "goedkoop" onze kontreien door te vliegen: zónder ter plaatse bij te tanken om zo onze aksijns te omzeilen. Daarom noem ik het de eerste stap: een beperking tot Nederland en Vlaanderen, de uitbreiding naar de Benelux of naar de EU-landen die het vrachtwagenvignet voeren zoals Groen! en Groen Links het overleg tussen beide minister-presidenten interpreteren is allemaal onvoldoende. Het vrije verkeer dekt de gehele Europese Unie en bijgevolg heeft dat alles pas zin als die gehele Unie meedoet. Dat wil zeggen: één enkel Europees aksijnstarief. Pas dan wordt elk land op een zo eerlijk mogelijke manier vergoed voor de verschillende soorten schade die het verkeer aanricht: infrastruktuur en milieu in al zijn aspekten.

7 april 2007

Cruise control

In een kommentaar op de radio inzake politiekontroles van vrachtwagens op het uitzetten van de cruise-control hoor ik iets zeggen in de aard van: cruise control kan dan wel bijdragen tot het eerbiedigen van de snelheidsbeperkingen maar als je in een file plotseling moet remmen en je moet eerst je cruise-control afzetten, dan blablabla.

Wat voor een stuk onbenul waarvan ik gelukkig de naam niet gehoord heb ligt aan de bron van deze nonsens? Moet zó iemand het verkeer veiliger maken? Die kluns weet dus niet eens dat een cruise control helemaal niet afgezet moet worden: het ding valt vanzelf uit vanaf het ogenblik dat je je rempadaal aanraakt. Bovendien wordt de reaktietijd daarmee verkort want je moet nog maar één beweging maken in plaats van twee. En je krijgt geen kramp in je rechtervoet door de soms urenlange druk op het gaspedaal... Per saldo is een noodremming dus veiliger mét dan zonder cruise control. Enige voorwaarde is dat je rechtervoet in de buurt van het rempedaal blijft. Het zou beter zijn het juiste gebruik van een cruise control op te nemen in het rijeksamen in plaats van het te verbieden.

Ik rijd nu al pakweg vijftien jaar met een cruise control, zelfs in het stadsverkeer. Sindsdien geen ongevallen en geen snelheidsboetes meer. Dat laatste is behalve het veiliger rijden mooi meegenomen (behalve voor de staatskas natuurlijk). Het is niet omdat een of andere cowboy zijn cruise control misbruikt om een voet op het instrumentenbord te leggen (zoals ik ergens in een krantenkommentaar las) dat je het apparaat daarvan de schuld moet geven. Als je het ding gebruikt zoals het hoort is er geen vuiltje aan de lucht. De verbodstekens op onze snelwegen maken het verkeer niet veiliger maar integendeel onveiliger.

Dat wil niet zeggen dat het niet nóg beter kan: er is nu al sprake van proaktieve apparaten die de cruise control koppelen aan een sensor die de afstand tot je voorligger meet en remt zodra die onder de voorgeschreven 50 meter duikt. In geval van mist is dat superieur aan de mogelijkheden van het menselijk oog. Er is sprake van koppeling aan het GPS-systeem dat de cruise control doet reageren op snelheidsbeperkingen. De techniek staat niet stil.

Niet verbieden maar wel verder vervolmaken is de boodschap.

14 maart 2007

De smog-blunder

Trager rijden om minder fijn stof te produceren: prachtig, geen kwaad woord daarover.

Hoe doe je dat dan? Door borden te plaatsen natuurlijk: ondubbelzinnige borden, wel te verstaan. Dynamisch of niet, dat maakt niet uit: dingen die je aanzet of plaatst als het nodig is en die je uitzet, wegneemt of wegdraait als het niet nodig is. En dáár is het hele zaakje de mist ingegaan.

Want de borden zijn dubbelzinnig: de snelheidsbeperking werd van een blauw onderbordje met witte tekst voorzien dat volgens het verkeersreglement vertelt wanneer het bord geldig is. Zoals het inhaalverbod tussen bepaalde uren of bij regenweer. Dat zijn dingen die iedereen zelf ondubbelzinnig kan vaststellen. Smog kan je niet zelf vaststellen. Je moet daarvoor luisteren naar wat de media vertellen en wat die uitkramen heeft geen enkele juridische waarde. En dat is maar goed ook al was het maar omdat ze zo onbetrouwbaar zijn.... Buitenlanders luisteren daar zeker niet naar. Dus kan niemand met zekerheid weten of de snelheidsbeperking op een bepaald ogenblik geldt of niet.

Dat blauwe bordje werd misbruikt om een ongetwijfeld onsympatieke maatregel te vergoeilijken maar daar dient het niet voor. Als je - om wat voor redenen dan ook - de snelheid wil beperken dan plaats je het daartoe geëigende bord zónder interpreteerbaar onderbordje, want dat zet een bekeuring op losse schroeven. Naar mijn gevoel kan iedere bekeuring van de eerste tot de laatste om die reden voor de rechter aangevochten worden.

13 februari 2007

Ze kunnen het niet laten...

Ik lees in The International Herald Tribune: A group of senior European politicians on Wednesday called for French to be installed as the language of reference for all legal texts in the EU (...) The campaign for French to become the only source language for translations of legal texts into the other 22 official EU languages is led by the former prime ministers of Bulgaria and Romania, government ministers from France, Belgium, Poland and Italy, EU lawmakers and scholars, who argue it is the most precise and analytical European language for legal texts."Currently we have 23 official languages in the EU, that's a true Tower of Babel. We need to chose a benchmark language for all judiciary texts, and we believe it should be French, for its precision and rigor," said Maurice Druon, a French academic and a former Culture Minister.

De motivering alleen al deugt voor geen meter: als de meest nauwkeurige en analytische taal gekozen moet worden eindig je bij het Engels, maar dat brengt ons geen stap verder. Na de schandaaldossiers in met name het merkenburo en de etikettering, waar het Nederlands "vergeten" werd door onze eigen ministers (in Noord én Zuid), en de diskussie over de werktalen waar het Nederlands ook uit de boot valt (met wat schuchter tegenwerk van Marianne Thyssen - ere wie ere toekomt), moeten we nu het voorstel horen dat voor de juridische teksten alleen het Frans nog als brontaal gebruikt zou worden. En wie zit er tussen de daders? Belgische ministers, wat dacht je. Voor één keer doen de Nederlandse ministers niet mee. Die zijn blijkbaar tot de jaren van verstand gekomen.

Als alle talen gelijk zijn, is het van twee dingen één: ofwel worden ze allemaal als brontaal gebruikt, ofwel geen enkele. Vermits de eerste oplossing niet de gemakkelijkste is, ligt het voor de hand een taal te nemen die door geen enkel volk van de EU als moedertaal fungeert. Esperanto is er zo een en hier en daar gaan er stemmen op voor het Latijn.

23 januari 2007

Een Nederlandstalige kultuurzender

Iets waar we echt nood aan hebben is een Nederlandstalige kultuurzender. Nu zijn we aangewezen op de Duits-Franse zender ARTE.

Er is sprake van dat de VRT binnen afzienbare tijd met een eigen digitale kultuurzender gaat uitpakken. Ik weet niet of dat idee goed doordacht is. Kultuur is duur. Dat is de reden waarom de Duitsers en de Fransen samenwerken, met het nadeel dat alle uitzendingen gedubt moeten worden. Als de VRT en de NOS samenwerken kunnen ze net als de Duitsers en de Fransen de kosten delen maar dan zonder het taalprobleem te moeten oplossen: wij hebben dezelfde taal en kultuur.

Voor Vlamingen en Nederlanders in het buitenland zijn er zo al gemeenschappelijke werelduitzendingen: BVN-TV, te ontvangen via satelliet. Hij zet het Vlaams-Nederlandse kultuurvolk op de wereldkaart vanuit de opdracht het kontakt met thuis te verzorgen in nieuwsuitzendingen, sport en ontspanning. Waarom zouden we hetzelfde niet doen met kultuur? Lokaal via DVB-T en via satelliet voor de rest van de wereld.

Voor de Taalunie is het een unieke gelegenheid om een stukje van het krediet terug te winnen dat ze in hun spellinggeblunder verspeeld hebben.

15 januari 2007

In andermans zakken graaien

Mijn woorden zijn nog niet koud of we zijn alweer bezig: de buren laten betalen om bij ons binnen te mogen, zelfs op lokale wegen. Dat wijzelf ook moeten betalen is niet verkoopbaar dus aftrekken van onze rijtaks, jaja: Duitsland is voor een gelijkaardige maatregel al teruggefloten. Overigens hoor ik wat ons betreft al luidop vragen hoelang die aftrek overeind zal blijven. De priorzegel indachtig lijkt die vraag niet ongegrond. Maar zelfs dan is de hele konstruktie onaanvaardbaar.

We hebben er alles aan gedaan om het verkeer van personen, goederen en kapitalen binnen Europa vrij te maken. Met de kapitalen is dat behoorlijk goed gelukt. We hebben een eenheidsmunt, we hebben een Europese Centrale Bank, en onze eigen banken mogen geen cent méér aanrekenen dan ze bij ons doen om bijvoorbeeld in het buitenland geld uit de muur te halen.

Maar dat andere verkeer, dat van personen en goederen over de weg, daar gaan we eens lekker cavalier seul spelen. Terwijl we zelf gratis naar het buitenland mogen rijden moeten buitenlanders hiervoor bij ons afdokken. Niet op kunstwerken zoals we nu al kennen, of snelwegtrajekten met fileproblemen zoals in Nederland voorgesteld wordt met het rekeningrijden of op tolwegen zoals elders in Europa en waar iets voor te zeggen valt. Nee, enkel en alleen om in de zakken van buitenlanders te graaien vermits die haring bij ons niet meer braadt. Entreegeld aan de grens: zonder toegangskaartje kom je er gewoon niet in.

Laten we nou toch eindelijk eens verstandig zijn: we hebben vrij verkeer gevraagd en gekregen want het legt onze ekonomie geen windeieren. Dat heeft van de weeromstuit als gevolg dat iedereen bij iedereen over de vloer komt en zich telkens weer moet afvragen van waar ben ik nu, en wat zijn hier de regels.
Het wegverkeer is, net zoals het betaalverkeer volledig in mekaar aan het vloeien en dus is er nood aan eenvormigheid.

Allereerst voor wat betreft de wegveiligheid. We hebben nood aan één enkele wegkode: dezelfde snelheidsbeperking per wegkategorie waar geen snelheidsborden geplaatst worden: snelwegen, viervaksbanen, lokale wegen, bebouwde kommen.
Eenvormige voorrangsregels voor kruispunten, rotondes, duidelijke omschrijving van het verschil tussen openbare en private wegen, dingen die op zicht herkend moeten kunnen worden.
Dezelfde regels voor parkeren, afslaan, terugkeren, inhalen.
Dezelfde regels voor het gebruik van richtingaanwijzers en koplampen.
Dezelfde regels voor het gebruik van rijstroken op snelwegen en voorsorteerstroken.

En jazeker: ook een eenvormige wegenbelasting die voor heel Europa geldig is zoals dat het geval is voor het kapitaalverkeer.

In plaats van de paljas uit te hangen, kunnen we beter eens met alle Europese ministers die het weg-, water- en/of luchtverkeer in hun portefeuille hebben rond de tafel gaan zitten om over het gehele grondgebied van de Europese Gemeenschap dezelfde wegkode, dezelfde wegenbelasting, hetzelfde tolsysteem, dezelfde boeteregeling en ga zo maar door uit te stippelen naar het voorbeeld van wat de banken gedaan hebben. Zodat we met zijn allen weten waaraan we ons moeten houden ongeacht waar we ons in die ruimte met vrij verkeer bevinden.

Dat verkeer is bij uitstek iets dat de lidstaten overstijgt en dat moet dus ook in gezamenlijk overleg in één enkele regelgeving gegoten worden.

8 januari 2007

Gebakken lucht

Juicht Belgen, Juicht! Er is een begrotingoverschot: België is daarmee na Finland, Spanje en Ierland de vierde van de klas!

Hoezo, juichen? En mag ik ook weten waarom eigenlijk? België is in diezelfde klas na Zweden en Denemarken het land dat zijn onderdanen het zwaarst belast. De logika eist dan ook dat België derde van de klas of liever nog beter is. Zonder dat laatste kan er geen sprake zijn van tevredenheid, laat staan juichen want dat betekent: gezakt over de gehele lijn. Finland, Spanje en Ierland beuren minder belastinginkomsten en hebben niettemin meer overschot. Met andere woorden: als je je konkurrenten niet eens kan verslaan door buiten verhouding in andermans zakken te graaien dan is dat helemaal niet iets om trots op te zijn. De nering naar de tering zetten kan iedereen op die manier.

Overigens is er nog meer kreatief boekhoudwerk nodig geweest om tot dat "mooie" resultaat te komen. Het is niet moeilijk wat overschot te hebben op je begroting als je je rekeningen zo laat betaalt dat mensen en ondernemingen in de problemen geraken. Doorschuiven heet dat: de begroting van het volgende jaar is de zorg van de volgende regering. Als dat dan nog niet volstaat en je je huisraad moet beginnen verkopen om je uitgaven te kunnen dekken dan steven je af op een faling. Daar bovenop krijgen we van de weeromstuit nog eens met een nieuwe doorschuifoperatie te maken: lease back betekent niet meer en niet minder dan de kosten dubbel en dik verhalen op wie na ons komt. Après nous le déluge is wat onze federale overheid lijkt te verstaan onder beheren als een goede huisvader. Doorschuiven lijkt wel de ruggengraat van ons systeem zelf te zijn: we sparen niet voor ons eigen pensioen zoals in Nederland, neen, we laten onze kinderen ervoor opdraaien. En ga zo maar door: wie na ons komt, die redt het wel...

10 december 2006

A Democracy that looks like Tyranny

Martin Helme schreef in het Brussels Journal van 5 december onder boven genoemde titel naar aanleiding van de "tweede zit" van het abortusreferendum in Portugal het volgende:

But worst of all, if the people again vote the wrong way, one can be sure that their answer will not be accepted and in a few years’ time they will have to vote again. Just as the Danes had to vote over and over again until they approved the Maastricht Treaty, just as the Irish had to vote over and over again until they voted "yes" to the Nice Treaty, just as the Dutch and French will have to vote again on the EU Constitution until they vote the way the politicians want, so will the Portuguese have to vote until they approve abortion. Once they do this, however, the voting is over and the people will not be allowed to change their minds. European democracy in the beginning of the 21st century can be summed up as follows: if for some reason the voters do not vote the way they are expected to vote, the results are simply dismissed. Never before have democracy and tyranny looked so alike.

Het legt de fundamenten bloot van wat ik reeds aankloeg in mijn stukje "Fundamentalistische Eureligie". Het afglijden naar een totalitaire staat mag ons best wat meer zorgen baren want het lijstje wordt zoetjesaan een beetje té lang:

1. Er wordt niet alleen samenwerking met politieke konkurrenten verboden, maar dit wordt zelfs brutaalweg uitgebreid tot individuele kandidaten, wat gelijk slogans als "Tegen diskriminatie", "Tegen onverdraagzaamheid" en "Zonder haat" herleidt tot flagrante leugens.

2. Rechters worden politiek benoemd en moeten ten gepasten tijde opdraven om de belangen van hun broodheren te verdedigen. Je mag het schijn van partijdigheid noemen, of belangenvermenging die tegen de scheiding der machten ingaat of nog erger, het maakt allemaal niet zoveel uit. Zoiets kán gewoon niet, behalve in totalitaire regimes. Die etterbuil is een eerste keer publiekelijk opengebarsten met de veroordeling van de vzw’s van het Vlaams Blok en begint weer te etteren bij de nieuwe "Coecke en Goethals"-achtige zaak die nu op stapel staat tegen het Vlaams Belang.

3. Ik heb me nooit willen aansluiten bij een vakbond omdat ik ervan uitging dat vakbonden niet per partij maar wel per beroepsgroep georganiseerd moeten worden om de belangen van werknemers doeltreffend te kunnen verdedigen, al was het maar omdat de werkomstandigheden per beroepsgroep verschillen en dus ook de arbeidsvoorwaarden. Ze horen met name iedereen te verdedigen zonder onderscheid van geslacht, ras, geloofsovertuiging of politieke gezindheid. In de huidige konstellatie verdedigen vakbonden helemáál niet hun leden, maar wél hun eigen politieke strekking: we mogen het beleven dat vakbodsleden buitengegooid worden omwille van hun politieke relaties. Dat komt gevaarlijk dicht bij Berufsverbot.

4. Berufsverbot? Kunstenaars mogen niet meer doen wat ze willen: ze worden verwacht het regime te dienen (waar heb ik dat nog gehoord?). Het blijft niet bij de door het regime op zijn minst moreel gesponsorde haatkonserten van 1 oktober jongstleden maar het bestaat al langer en het gaat tot in het absurde: van Liesbeth List die van haar managers de Mauthausen Liederen (!) niet mocht zingen in Diksmuide tot Miek en Roel die van hun manager niet mochten optreden in Nevele. Pikant detail: noch de Ijzerbedevaart, noch de organiserende vereniging in Nevele hebben iets met wat voor politieke partij dan ook te maken. Alleen het feit dat er rechtse politiekers in die organisaties meewerken is blijkbaar al voldoende. Stralen ze Polonium 210 uit, toch? Het is gewoon te gek voor woorden: ik vraag me af of de kunstenaars die zich op die manier als naïeve kleuters hebben laten inpakken wel beseffen wat voor schade ze aan hun imago aanbrengen door met die korrupte boel mee te doen. Wat voor boodschap hebben die nog te brengen? De vrijheidsgedachte van Mikis Theodorakis? Laat me lachen, het is veeleer zoals in "Weleer heb je geleerd":

En kreeg je toen wat later een flink betaalde baan waren al je idealen al heel vlug naar de maan…

5. Idem dito voor journalisten. De weblog "Vrij van zegel" is naar Nederland moeten uitwijken. Wellicht zijn er nog meer. Mijn weblog bijvoorbeeld, alleen ben ik meteen in Nederland begonnen: ik had al een stevig vermoeden waar de klepel hangt.

6. We krijgen "positieve diskriminatie" door de strot geramd. Alsof diskriminatie ooit positief kan zijn. Ik heb daar jaren geleden voor de eerste keer kennis mee gemaakt in Maleisië, waar totaal onbekwame positief gediskrimineerden hoge funkties bekleedden, steevast bijgestaan door "buitenstaanders" die wél tegen hun taak opgewassen waren.

Sjonge, sjonge… we hebben het laatste nog niet gezien, vrees ik. Waar blijft nu het protest van de zelfbenoemde "demokraten"? Het blijft oorverdovend stil in die hoek, niet?

18 november 2006

Boerenbedrog

Het tarief voor een losse brief was nog niet zo lang geleden bij De Post 42 cent, bij PTT Post 39 cent. Nu is het bij TPG Post nog steeds 39 cent, bij De Post reeds 46 cent. TPG Post blijft winst maken, De Post verlies.

Kan natuurlijk niet anders als je 400 postkantoren en twee sorteercentra teveel hebt. Dat hardop durven zeggen heeft Frans Rombouts zijn baan gekost.

Dus maar weer de zakken rollen van de briefschrijver: de eerste stap was het invoeren van de Prior-zegel. Die heb ik nooit gebruikt: de gewoon gefrankeerde brief kwam bij mij altijd even snel toe als de Prior-brief. Overigens, als het zó dringend is kan je beter je toevlucht nemen tot elektronische post eventueel bevestigd met een over de gewone post verzonden "hard" origineel.

Dat Prior-truukje volstond blijkbaar niet want er kwam dus een prijsverhoging. En nu het kroonjuweel: de gewone zegel wordt binnenkort afgeschaft. Iedereeen moet nu het nutteloze hogere tarief ophoesten. TPG Post verhoogt even binnenkort zijn tarief ook: naar 44 cent. Goedkoper dan De Post nu, en veel goedkoper dan na afschaffing van de gewone zegel. De Post kan het dus niet waar maken op de Europese markt.

Twee dingen zitten me daarbij lelijk dwars voor wat De Post betreft. Eén: de regelrechte volksverlakkerij met de Prior-zegel. Twee: het onvermogen van de Raad van Bestuur het bedrijf prijsbewust ("als een goede huisvader") te laten leiden (zie de Rombouts-saga). Straks moet De Post volledig geprivatiseerd zijn. Laat de mensen van TPG maar komen. Hopelijk zorgen we ervoor dat die het gevoel krijgen dat ze die Augiasstal zullen mógen uitmesten, en dat is nog niet zo zeker...

6 november 2006

Curaçao, Sint-Maarten en Vlaanderen

De oudere Groot-Nederlanders lagen er niet van wakker. Het was voor hen al voldoende als het Nederlandse kultuurvolk herenigd werd. Mogelijke aangepaste bestuursvormen waren ver van hun bed. Het zou dus doodgewoon een unitaire staat worden, meer moest dat niet zijn.

Ook al zijn de verschillen tussen wat Vlamingen en Nederlanders als goed bestuur beschouwen slechts kruimels vergeleken bij de verschillen tussen Vlamingen en Walen terzake, van de ene op de andere dag vlak je die nog niet uit. Zelfs niet als de op maat van Wallonië gesneden hinderpalen uit de weg geruimd zijn. Er is een overgang nodig. "Realpolitik" noemde Hendrik Gysels de keuze tussen een federatie, een konfederatie, een unie of een gemenebest.

Er is nog een mogelijkheid, die we best eens goed tegen het licht houden: de status van "Land binnen Koninkrijk" die voortaan geldt voor Curaçao en Sint-Maarten.

3 oktober 2006

Verbeter de wereld, begin bij jezelf... (Phil Bosmans)

Ik was er dus niet bij zondag. En ik heb daar twee heel goede redenen voor:

1. Ik ben partijloos en ik wil dat zo houden. Kwestie van onbevooroordeeld mijn mening te kunnen vormen en daar voor uit te kunnen komen. Je zal me dan ook vruchteloos zoeken op manifestaties waaraan een partijpolitiek luchtje hangt, ongeacht of dat een vóór- of een tegenluchtje is. Ik ga dus niet naar een linkse manifestatie tegen rechts. Omgekeerd  ook niet.

2. Ik sta pal achter verdraagzaamheid, waarachtige verdraagzaamheid wel te verstaan: haal gerust de luizenkam door mijn teksten zodat je ziet wat ik daarmee bedoel. Ik schiet niet op de boodschapper, wel op de boodschap. En zelfs waar de intellektuele eerlijkheid me gebiedt man en paard te noemen, dan nog val ik niet de spreker of schrijver maar enkel zijn of haar ideeën of manier van optreden aan. Op een konsert voor verdraagzaamheid waarvan de aankondigingen onafgebroken druipen van de haat kan ik in eer en geweten mijn gezicht niet laten zien. Uitgerekend omdat ik verdraagzaamheid zo hoog in mijn vaandel draag.

Vermits ik er niet bij was kan ik ook geen kommentaar geven op wat daar allemaal gebeurde. De enige referentie die ik heb kwam van iemand uit mijn omgeving die naar de Gentse variant geweest was en om zes uur al terug was. Toen ik haar vroeg: "Hoe was het?" zegde ze: "Flauw". Moet wel zijn als je het zo vlug opgeeft. Bleek achteraf dat ze alleen maar naar Gent gereden was om eens een gratis konsert te kunnen bijwonen en dat ze mateloos gestoord was door de politieke foldertjes die daar uitgedeeld werden. Tja, dat was wellicht niet de reaktie die de organisatoren voor ogen hadden. Het heeft me wel aan het denken gezet: hoeveel van die aanwezigen waren daar alleen maar om er eens uit te zijn voor goedkoop want gratis amusement? En hoeveel waren er omwille de boodschap zelf?

Het doet me denken aan het klassieke verschil in tellingen bij allerlei manifestaties: de organisatoren tellen steevast meer deelnemers dan de politie of rijkswacht. Uitleg: de organisatoren tellen er de ordediensten bij...

Ik hoop dat er nooit meer zo een konsert komt, behalve als de organisatoren eerst de haat uit hun eigen hart gebannen hebben. Dan, en pas dan kan ik er ook bij zijn.

19 september 2006

De klok en de klepel

Ik verneem in de media dat een miljard of zowat moslims woedend betogen tegen de paus omdat hij Mohammed beledigd zou hebben. Het woord godslastering valt. Hoezo? Mohammed is toch slechts De Profeet? Naar mijn gevoel is er geen grotere godslastering dan Mohammed gelijk te stellen aan Allah. Maar goed. We kennen zo zoetjesaan de lange tenen van volkeren die in warmer kontreien wonen. Weet je hoe je kan testen of iemand tegen humor kan? Door te zeggen dat hij er niet tegen kan en te zien hoe hij reageert…

Wat heeft de paus eigenlijk gezegd?

In der von Professor Khoury herausgegebenen siebten Gesprächsrunde kommt der Kaiser auf das Thema des Djihad (heiliger Krieg) zu sprechen. Der Kaiser wußte sicher, daß in Sure 2, 256 steht: Kein Zwang in Glaubenssachen – es ist eine der frühen Suren aus der Zeit, in der Mohammed selbst noch machtlos und bedroht war. Aber der Kaiser kannte natürlich auch die im Koran niedergelegten – später entstandenen – Bestimmungen über den heiligen Krieg. Ohne sich auf Einzelheiten wie die unterschiedliche Behandlung von „Schriftbesitzern“ und „Ungläubigen“ einzulassen, wendet er sich in erstaunlich schroffer Form ganz einfach mit der zentralen Frage nach dem Verhältnis von Religion und Gewalt überhaupt an seinen Gesprächspartner. Er sagt: „Zeig mir doch, was Mohammed Neues gebracht hat und da wirst du nur Schlechtes und Inhumanes finden wie dies, daß er vorgeschrieben hat, den Glauben, den er predigte, durch das Schwert zu verbreiten“. Der Kaiser begründet dann eingehend, warum Glaubensverbreitung durch Gewalt widersinnig ist. Sie steht im Widerspruch zum Wesen Gottes und zum Wesen der Seele. „Gott hat kein Gefallen am Blut, und nicht vernunftgemäß zu handeln, ist dem Wesen Gottes zuwider. Der Glaube ist Frucht der Seele, nicht des Körpers. Wer also jemanden zum Glauben führen will, braucht die Fähigkeit zur guten Rede und ein rechtes Denken, nicht aber Gewalt und Drohung . . . Um eine vernünftige Seele zu überzeugen, braucht man nicht seinen Arm, nicht Schlagwerkzeuge noch sonst eines der Mittel, durch die man jemanden mit dem Tod bedrohen kann “.

Als mijn Duits het nog doet is de hele pauselijke zogenaamde belediging gericht tegen het geweld dat als je de tekst leest door de paus niet aan Mohammed toegeschreven wordt (geen dwang in geloofszaken, zegt hij), maar later de Koran binnengeslopen is. Dát is wat hij gezegd heeft. Niet meer en ook niet minder. Die Koran is trouwens niet door Mohammed geschreven (de man was analfabeet). Hij is mondeling overgeleverd en door zijn volgelingen op schrift gesteld. Het mondeling doorgeven van teksten en dan vaststellen wat er van de oorspronkelijke boodschap overblijft is een van die bekende leuke onderdelen in de opvoeding tot sociale vaardigheid. Hoe kan je Mohammed dan beledigen door het geweld dat - tegen zijn uitspraken in - ten tijde van de keizer (en nu nog) in de Islam opgehemeld wordt te veroordelen? Weet je hoe je kan testen of iemand gewelddadig is? Door hem van gewelddadigheid te beschuldigen en te zien hoe hij reageert…

Vandaag weten we dat je op de bal en niet op de speler moet schoppen. Benedikt had beter het woord Mohammed vervangen door iets anders. Maar dan was het een hedendaagse uitspraak geweest en geen aanhaling van de historische woorden van Manuel II Paleologos uit 1391, destijds pakweg een eeuw nadat de oproep van Nikolaas IV om een negende keer ter kruisvaart te trekken reeds geflopt was. Dat althans een aantal moslims een dikke zes eeuwen later nog niet tot de jaren van verstand gekomen zijn mag hen terecht verweten worden. Islam mag dan vrede betekenen, wie die leer diepgelovig wil volgen doet er goed aan afstand te nemen van wat er in naam van Allah de laatste jaren allemaal gebeurd is en nog gebeurt dezer dagen. Het is niet de paus die zich moet verontschuldigen maar wel een aantal moslimfarizeeërs, die helemaal geen vrede willen of geen Duits verstaan. Doordat de tekst van de toespraak nu in het Arabisch vertaald werd, kan niemand zich nog achter het taalprobleem verstoppen.

Nog beter ware dat Benedikt het aan anderen overgelaten had het over geweld in de godsdienst te hebben, zelfs al kunnen de kristenen daar al lang niet meer van beschuldigd worden. Tenslotte moet hij niet trots zijn op wat er in de 33 pontifikaten (van Urbanus II tot en met Nikolaas IV) en de twee tussenliggende vakatures allemaal gebeurd is want met die grote kluiten boter op je hoofd moet je zelf niet in het zonnetje gaan staan…. Beschuldigend naar het verleden verwijzen is een negatieve benadering, die zijn op de toekomst gerichte positieve oproep tot dialoog helemaal overstemd heeft.

6 september 2006

Etisch met volkeren omgaan

Ik lees in "Uit" van deze maand de volgende bedenking van Mark Eyskens: [...] een groot probleem is dat Wallonië armer is dan Vlaanderen en er niet uit geraakt. Wanneer je dan aankomt met de titel Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen dan geef je de indruk dat er maar één oplossing is, namelijk die armere deelstaat laten vallen. Dat verwekt bij de Walen groot verzet, maar ik denk ook dat bij vele Vlamingen op ethisch vlak vraagtekens rijzen.

Ja, er rijzen vraagtekens maar heel andere dan Mark Eyskens vermoedt. Want als ik zijn ietwat kriptische uitspraak goed interpreteer dan denkt hij dat Vlamingen etische bezwaren zouden hebben tegen het laten vallen van Wallonië. Hij heeft er dus niks van begrepen. Al zullen er links en rechts wel Vlamingen rondlopen die zo denken, de geformuleerde besluiten uit het "Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen" komen neer op een win/win situatie voor alle betrokkenen. Laten vallen is iets anders dan in zo een win/win situatie elk vrij laten om soeverein zijn eigen weg te gaan en daar kan je moeilijk etische bezwaren tegen hebben, toch?

Er bestaan etische bezwaren, en die wegen behoorlijk zwaar.

Een eerste komt vanuit de grondrechten van ieder volk op aarde: het onrecht een aantal Nederlanders, Fransen en Duitsers aangedaan door ze bezet houden in een staat die ze afgescheiden moet houden van de rest van hun respektievelijk eigen volk (of vaderland voor wie graag in die termen denkt). Vader Gaston was er nog trots op tot het Nederlandse kultuurvolk te behoren. Waar is der ouderen fierheid gevaren?

Een tweede is dat de Walen in die konstruktie aangewezen zijn op de solidariteit van "slechts" zes miljoen Vlamingen, terwijl ze legitiem aanspraak kunnen maken op de solidariteit van pakweg zestig miljoen Fransen. Vlaanderen is niet zo rijk als Frankrijk, en zelfs als per hoofd de Vlaming rijker zou zijn dan de Fransman dan is dat zeker niet tien maal zo rijk. Als de Walen dan toch een paraplu nodig hebben dan zijn ze beter af met een Franse dan met een Vlaamse paraplu. Financiëel en zeker kultureel.

Een derde is dat de Vlamingen die hele last alleen moeten dragen terwijl ze er recht op hebben op gelijke voet samen met Nederland op te trekken en zo tot de G8 te behoren. (Wat trouwens ook voor de Walen geldt eens ze in hun thuishaven aangekomen zijn).

Over wat voor etiek mag Mark Eyskens het dan wel hebben?

1 september 2006

Ja, die taal...

Stan de Jong lijkt mij bij de intellektuelen te rangschikken in zijn reaktie op mijn vorig stukje... Dat is dan mooi meegenomen. Maar dat het "Verkavelingsvlaams" zoals het verschijnsel hier in het Zuiden genoemd wordt een barometer zou zijn die de afkeer van "de Vlaming" voor "den Ollander" zou weergeven? Daar twijfel ík op mijn beurt dan weer aan. Tenzij daar letterlijk de Noord- en Zuidhollanders mee bedoeld worden. Díe afkeer voel je ook in andere provincies van het Koninkrijk der Nederlanden. Overigens is twijfel het begin van wijsheid. Het doet deugd eens iemand te horen die openlijk zegt dat hij twijfelt. En die dat mag zeggen...In het Zuiden is er een gedachtenpolitie aktief die ongemeen hard optreedt tegen al wie zijn twijfels wereldkundig durft maken, vooral als die twijfels gaan over de politiek korrekte bijbel. Maar dat is een ander verhaal...

Ja, die taal...

Ik ben opgevoed in Antwerpen. De Antwerpenaar staat bekend om zijn verondersteld taalchauvinisme: zie de uitdrukking Adam en Eva spraken Antwerps in het aards paradijs. Niettemin werd me op school het Algemeen Beschaafd Nederlands (zoals dat toen heette) aangeleerd met uitspraaklessen door een toneelspeler.

Die lessen waren behoorlijk technisch: in een lege toneelzaal met de rest van de klas als toehoorders achteraan, fluisterend naar het doek gericht een tekst uitspreken. Bedoeling was dat ze je daar achterin verstonden ook al stond je met de rug naar het publiek. De wortels van de daarbij gebruikte standaard voor een beschaafde taal lagen (en liggen voor zover ik weet nog steeds) in Noord-Brabant, althans als ik taalkundigen mag geloven. De taal van Annemarie Coebergh (een Brabantse overigens) op de Vlaamse Radio 3 was een schoolvoorbeeld van hoe het hoorde. De NOS sprak van een verzorgde taal op die zender.

Er waren ABN-kernen op de scholen, met alles erop en eraan: foldertjes, boekenleggers, je zegt het maar... Allemaal vanuit het vooropgestelde ideaal: niemand mag kunnen horen waar je vandaan komt... Op de televisie had Joos Florquin een dagelijks spotje dat begon met een kaart van Vlaanderen en dat de titel meekreeg: "Hier spreekt men Nederlands". Het resultaat van dat alles is dat ik in het Noorden als Vlaming herkend en in het Zuiden als Nederlander beschouwd word (laatst nog door een Brabander uit Oss). Als Nederlander dus, niet als Hollander: het woordgebruik luistert hier ook zeer nauw. Eigenlijk vind ik dat een komfortabele positie. Dat geeft me het gevoel dat ik er niet te ver naast zit.

Tot grote bezorgdheid van weer andere taalkundigen die de dialekten al van de aardbodem zagen verdwijnen. Dezelfde toneelspelers van zonet gingen dialekt gaan gebruiken om in hun "moderne" toneelstukken maatschappelijke standen te onderscheiden. Dat leidde soms tot potsierlijke resultaten wanneer bijvoorbeeld een Gentenaar de rol van een Antwerpse volksfiguur moest vertolken. Het kwam ten langen leste zover dat je geen toneelstuk in het Algemeen Nederlands meer kon bijwonen.

Dat tij is alweer aan het keren. We evolueren stapvoets terug naar de standaard van Annemarie (die overigens op de Vlaamse radio behoorlijk overeind gebleven is). Op de taal van koningin Beatrix mag dan inhoudelijk een hoop kritiek gespuid worden, wat haar uitspraak betreft is er nauwelijks een verschil met Annemarie. En dat is voor ons hier in het Zuiden een lichtend voorbeeld (al was het maar om de Coburgers af te kraken). We horen nog altijd lokale aksenten, maar goed.

Waar we echter niet naartoe gaan is het Randstad-dialekt. Toen ik in Amsterdam werkte zegde iemand me dat hij dat Algemeem Nederlands wel goed vond, maar dat hij die zachte g niet door zijn keel kreeg. Ik zou zeggen: idem voor de Limburgse zangerigheid... Eigenlijk maakt het niet zoveel uit. De dominante trend is hier in het Zuiden nog altijd dat we Nederlands spreken. Ook al heeft Stan in het buitenland iets anders opgevangen: hij had zeker niet de gemiddelde Vlaming beet want het besef dat er politiek voor de verdediging van onze taal in Europa nauwer met het Noorden samengewerkt moet worden groeit zienderogen. Ook al springt het niet onmiddelijk in het oog: je mag niet vergeten dat iedere uitlating in die richting ontstemde reakties van de Walen oproept. Zelfs een nauwere Benelux-samenwerking wordt door Wallonië steevast geboycot.

Hier zitten we inderdaad op het terrein van mensen met een toekomstvisie en daar is wel enige intelligentie voor nodig. Tot zover heeft Stan gelijk. We mogen ook niet vergeten dat een onafhankelijk Vlaanderen in de gegeven omstandigheden een onmisbare tussenstap is om wat voor soort samenwerking met het Noorden dan ook te kunnen realiseren. En dat zit volop in de aktualiteit. Alles op zijn tijd, maar het eindpunt is duidelijk: de megafusie. Voor mij heeft de tekst van Stan in HP/De Tijd dezelfde waarde als Verlooy's "Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden"...

6 augustus 2006

Romantiek?

Ik lees in flandersonline In Vlaanderen ijvert een uiterst kleine minderheid nog altijd voor een romantisch Heel‑Nederland, bestaande uit Nederland en Vlaanderen. Maar in het nuchtere Nederland wordt deze lokroep nauwelijks beantwoord.

Aantallen staan er zoals gewoonlijk in dat soort beweringen niet bij. Maar goed, het getuigt zo al niet van veel kennis terzake: Nederland en Vlaanderen noemen we Groot-Nederland. Heel-Nederland omvat België, Frans-Vlaanderen, Nederland én Luxemburg…

Overigens barst het artikel van redenen om wel naar een Groot-Nederland toe te gaan. Waarom de hele gedachte dan op een nogal weinig subtiele manier als romantiek weggewuifd wordt is me een raadsel, en wat dat nuchtere Nederland betreft: daar hoor je “op de vloer” heel andere geluiden. Zoals bij Stan de Jong in HP De Tijd…

Hendrik Gysels zag het in 1994 zo:

Hoe dan ook, het Nederlands is met 21 miljoen sprekers geen "kleine" maar een middelgrote Europese taal. Dit laat ons toe in Europa "op de brug" te staan tussen de grote naties en de kleine, of misschien wel aan bet hoofd van alle kleinere naties, wanneer de grotere het in hun eigengereidheid te bont dreigen te maken. Dat kan in de toekomst wel eens meer regel worden dan uitzondering, want op de demokratische struktuur van de Europese Unie valt nog heel wat aan te merken. Een positie als middelgrote natie kan ons dus geen windeieren leggen, kultureel niet, maar ook ekonomisch en politiek niet. Maar dan moeten Nederland en Vlaanderen wel konsekwent verenigd optreden, en zich als dusdanig ook duidelijk herkenbaar profileren. Of we hierbij aan een federatie of een konfederatie, aan een unie of een gemenebest moeten denken, blijkt ondertussen al geen koffiedik kijken meer. Het lijkt al veel meer op Realpolitik.

En er is natuurlijk ook nog een wereld buiten Europa. Een wereldregering bestaat jammer genoeg nog niet, maar er is wel iets dat feitelijk als zodanig ageert : de zgn. club van de zeven rijkste landen die beslissingen neemt die van wereldomvattend belang zijn. Nederland en Belgie zijn daar niet bij, maar zitten wel in de top-tien van de rijke landen. Dat is niet niks.

Op grond van zijn positie in deze rangorde maakt Italie zelfs aanspraak op een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, als een echte grote mogendheid ! Dit alles leidt ons tot devolgende spekulatie in tabelvorm. (Uitvoer en invoer in miljarden dollars.)

(1)     Zo zou het kunnen als de Walen zouden willen (maar zij willen niet, dixit Waals minister president Guy Spitaels 29-4-1992.) (2) Zo kan het als wij willen.

1. Verenigde Staten

465

603

2. Duitsland

362

327

3. Japan

361

241

4. Benelux (1)

250

244

Nederland-Vlaanderen (2)

215

208

5. Frankrijk

209

201

6. Verenigd Koninkrijk

183

210

7. Italie

168

147

8. Canada

145

139

9. Hong Kong

135

143

10. China

92

104

En wat Guy Spitaels destijds zegde werd onlangs nog door Elio di Rupo bekrachtigd… Wallonië nijgt meer naar Frankrijk toe, en voor de rangorde maakt het niet uit. Ook al zijn de gegevens gedateerd, de onderlinge verhoudingen zijn vandaag de dag nog altijd geldig.

Ik zie daar maar bitter weinig romantiek in, eerder een goedbegrepen overlevingstrategie. Toch?

1 augustus 2006

Voorbeelden

Het weze duidelijk dat voorbeelden geen argumenten zijn: het zijn katalysatoren die het begrijpen van een stelling en haar argumenten kunnen bevorderen zonder zelf ook maar in de minste mate aan de argumentatie op zich bij te dragen. Ik ken slechts één soort argumentatie waarin een voorbeeld bewijskracht heeft: met name als iemand beweert dat iets niet bestaat. Één voorbeeld kan dan aantonen dat er minstens eentje wél bestaat waarmee de hele argumentatie in mekaar stort. Dat is trouwens de reden waarom ernstige diskussiepartners de woorden "altijd" of "nooit" uiterst spaarzaam tot helemaal niet gebruiken.

Voorbeelden en gelijkenissen (hoe gevarieerder hoe beter) openen de geest voor de geldigheid van zowel mogelijke alternatieven als blootgelegde onderliggende drijfkrachten. Het zijn wegwijzers naar de onvervalste werkelijkheid en als dusdanig staan ze met de regelmaat van de klok lijnrecht tegenover de politieke dogma's die als alleenheiligmakend het goedgelovige en gebreinwaste plebs door de strot geduwd worden.

Waarom rangschik ik deze bedenkingen onder de noemer "etiek"? Gewoon omdat etiek in mijn ogen eerlijkheid, rechtvaardigheid (dat is heel wat anders dan recht) en gelijkheid van ieder menselijk wezen inhoudt. Wie daar anders over denkt mag zijn vinger opsteken en hopelijk een steekhoudende tegenargumentatie voorleggen.

Hoe vormen we ons oordeel?

·                     Door ervaring? Dat is allemaal niet zo steekhoudend. De eerste ervaring roept de gedachte op van "rare jongens". De tweede keer roept het de gedachte op van "alweer?" En de derde keer begin je een patroon te ontwaren. Daar is niks mis mee op voorwaarde dat je het groeiende inzicht (dat uiteindelijk in een oordeel zal uitmonden) niet als "De Waarheid" gaat verkondigen voordat je er zeker van bent dat er geen steekhoudende tegenargumentatie voorhanden is. Om een ietwat werkbaar uitgangspunt te kunnen vastleggen voor verdere aktie (zeg maar extrapolatie) moeten de gedane waarnemingen voortdurend en ononderbroken getoetst worden aan de realiteit. Één zwaluw maakt de lente niet maar een eventuele uitzondering maakt enig skepticisme plausibel. Doordenken is dus de boodschap: er achter proberen te komen wat er nu werkelijk aan de hand is.

·                     Of is het door eigen meditatie over wat om ons heen gebeurt? Daarmee kan je het boven vermelde punt op welbepaalde onderdelen legitimitatie bezorgen.

·                     Of is het omdat onze leermeesters (ouders, leerkrachten, je zegt het maar...) het ons zo hebben ingeprent? Het spijt me maar dat is in mijn ogen waardeloos (geen idiote tussen -n- om dat ik het niet over "waarden" heb maar wel over "waarde"). Het is de meest voorkomende vorm van kuddengeest ook al is het verweven met wat het meest zowel waardenvolle als waardevolle is in een mensenleven, met name onze kultuur: het geheel van normen, waarden en omgangsvormen, zeden en fatsoensnormen.

Stof tot nadenken dus...

13 juli 2006

Omdat het mooi is…

Ook de reportage gezien over Afrikaanse landen waar vrouwen verplicht worden zich dik en ziek te vreten? Het doet me onwillekeurig denken aan de vrouwenbesnijdenis die in die hoek ook voorkomt. Zoiets wekt afgrijzen op. Het wrange daarbij is dat bij de wereldwijde strijd tegen genitale verminking aan het licht komt dat de vrouwen zelf daar het hardnekkigst aan blijven vasthouden: het zijn moeders die met hun dochters naar Afrika trekken om ze te laten besnijden, alle straffen bij ontdekking hier ten spijt. En het is de sociale druk van klasgenootjes die onlangs een meisje deed overlijden aan zelfbesnijdenis. Het zijn ook de moeders uit de reportage die hun dochters martelen tot ze dooreten.

Maar zijn wij zoveel beter? Wat doen onze vrouwen? Ze maken hun borsten kapot met hun beha’s, hun voeten met te hoge hakken. Ze pompen zich vol silikonen die wel eens willen gaan lekken of ondergaan liposukties die wel eens fataal aflopen. Ze smeren zich vol met allerlei rotzooi of leggen zich te bakken op een braadslee tot hun huid er finaal gaat uitzien als een rasp. Een bronzen rasp weliswaar want dat is mooi… Het komt allemaal vervaarlijk dicht bij Chinese klompvoetjes, bij lipschijven of de koperen ringen van giraffevrouwen. En ook hier dulden vrouwen zelf geen tegenspraak, enkele rari nantes die het begrepen hebben daargelaten.

Wie heeft die “normen” bedacht? Wellicht mannen die in een vrouw niks meer zien dan een statussymbool. En waarom wordt daar dan als kuddebeesten achteraan gehold? Is het de gouden appel van Eris, de godin van ruzie en twist? Het enige lichtpuntje in de bewuste reportage is dat jonge meisjes zich daar ondanks alle druk tegen verzetten, de feministen achterna. Al lijken die laatsten ondertussen ook al vergeten te zijn dat de zuivere onverknoeide natuur nog altijd het mooiste is; dat alleen een welbegrepen trots die het eigen lichaam respekteert (zoals het is zónder korrekties) op zijn beurt respekt afdwingt; dat zelfrespekt een gave is die eist dat je de natuurlijke funkties van je lichaam niet verstoort zodat het gezond kan blijven. Overigens hoeft dat het tooien en versieren niet in de weg te staan: zolang het onschadelijk is en de lichamelijke integriteit niet aantast is het een verrijking en maakt het de samenleving fleuriger.

15 juni 2006

Geschiedenisvervalsing

Ik haatte het vak geschiedenis. Ik kotste van de lijstjes veldheren, wapengekletter, landjepik, en machtsgeilheid van gekroonde hoofden en hun in de ons-kent-ons-stand verheven zolenlikkers die me op school voorgeschoteld werden als voorbeelden van eerbiedwaardigheid uit "ons" verleden. Eén grote stinkende poel van vunzigheid, ja. Het was dan ook het enige vak waarvoor ik moest herkansen.

Tot ik gebruik maakte van het volwassenenonderricht om een instrument te leren bespelen. Daar hoorde ook de muziekgeschiedenis bij. Met een leerkracht die de evolutie van de muziek door de eeuwen heen wist te plaatsen in de evolutie van de bouwkunst, de schilderkunst, de literatuur: het positieve, het opbouwende stuk geschiedenis dat in het verplicht onderwijs achterwege gebleven was wegens nutteloos voor de verheerlijking van wie het voor het zeggen heeft. Het heeft mijn blik opengetrokken naar de geschiedenis van de wetenschap, van de taal, van wat de heer Heldring in een opiniestuk uit het jaar 2001 omschreef als het geheel van normen, waarden en omgangsvormen, zeden en fatsoensnormen. In één woord: onze kultuur. De geschiedenis voor wat ons betreft van het Nederlandse kultuurvolk waar we deel van uitmaken. Het enige waarop je trots kan zijn. Met de woorden van Gastons Eyskens uit zijn boek "Het laatste gesprek" (blz 211): Ik herinnerde aan de herdenking van de 150ste verjaardag van de stichting van de Generale Maatschappij waar ik in het Nederlands had gesproken alvorens in het Frans te spreken en de ware oorsprong van deze grootste holding van België had toegelicht, met name het initiatief genomen door koning Willem I der Nederlanden. Ik zei dat ik altijd behoord heb tot diegenen die Vlaanderen situeren in de cultuur der Nederlanden en dat ik fier en trots was deel uit te maken van deze cultuur en taalgemeenschap. Ik drukte de hoop uit met een beklemmende onrust dat de CVP nooit ten achter zou staan op de Volksunie. Het is opmerkelijk dat de financiële poot van deze holding teruggekeerd is naar haar wortels. En dat de beklemming van 1988 nog onverkort aanwezig is.

Het afzetten van de politiek korrekte paardenbril heeft me de inhoudelijke leegheid doen inzien van de geschiedenisvervalsing die alleen tot doel heeft bestaande misgroeide strukturen overeind te houden. Het is een pandemie: het eerste wat machthebbers wereldwijd doen is de geschiedschrijving naar hun hand zetten.

Zoiets openlijk zeggen heeft me dan weer van de weeromstuit de woede op de hals gehaald van een "hooggeleerde heer" die ik niet in diskrediet wil brengen door zijn naam te noemen en die in een wollig artikel in wezen niet verder kwam dan een vorstenhuis en een voetbalploeg als ruggengraat van België. Hij had er ter verdediging van België wat twijfelachtig statistisch materiaal bijgesleept waarbij ik hem vroeg:

Een passend antwoord op mijn vraag had kunnen zijn dat u me over die peilingen tekst en uitleg verschafte. Met name blijf ik zitten met het volgende:
- Waar en wanneer gebeurden die peilingen?
- Hoe groot en wat was de populatie van de steekproef?
- Wat waren de vragen?
- Hoe moest geantwoord worden (vrij of meerkeuze)?
- Hoe werden in geval van vrij antwoord deze gegevens geïnterpreteerd, gegroepeerd en volgens welke heuristieken gekorrelleerd?
- Waren in geval van meerkeuzevragen voldoende antwoordmogelijkheden voorzien en konden er meerdere antwoorden aangestreept worden voor dezelfde vraag?
U zou me een plezier doen als u me de volgens u meest relevante statistische studie zou willen bezorgen, zodat ik ze kan toetsen aan de criteria van objektiviteit en representativiteit
.

Geen inhoudelijk antwoord, enkel een duidelijke afsluiter: Einde discussie, meneer...

Ook verweet hij me België kapot te willen...

Het is niet mijn doel wat dan ook kapot te maken, wel integendeel. Ik wil wat kapot gemaakt is hersteld zien. Dat het onrecht dat ik aanklaag de naam België draagt, kan ik ook niet helpen. Wat de verantwoordelijkheid voor dat onrecht betreft, kijkt iedereen de andere kant op en de daders liggen op het kerkhof. Er zijn twee luiken.

Het eerste luik is het onrecht dat de "Nederlandse" Fransen aangedaan is door ze toen ze eruit trokken richting vaderland Frankrijk, te blokkeren in een hersenspinsel van de “Mogendheden”. Paul-Henry Gendebien heeft dat toendertijd nog benadrukt. Die man weet verdomd goed waarover hij praat: de frustratie geen deel uit te maken van een wereldmacht, wetend dat hij daar legitiem aanspraak op kan maken.

Het tweede luik is het onrecht dat Limburgers, Brabanders en Vlamingen aangedaan is toen ze met een Berlijnse Muur avant-la-lettre doormidden gescheurd werden, en op één hoop geveegd met de boven genoemde Fransen in wat een een soort  Zuidblokland had moeten worden qui serait Latine ou ne serait pas. Die uitspraak krijgt zoetjesaan profetische waarde.

Laat me tot slot even doordenken op de woorden van Mr. E.C.M. Jurgens in De Gelderlander van 30 augustus 2001 (emeritus hoogleraar staatsrecht en op dat ogenblik lid van de Eerste Kamer):

Ook hier de vicieuze cirkel: als we niet samenwerken met de Vlamingen, ontstaat geen onderlinge belangstelling. En zonder onderlinge belangstelling ontstaat geen samenwerking.

Het voorstel om de onafhankelijkheid van Vlaanderen in het parlement te bespreken vond hoofdzakelijk in het Noorden media-belangstelling...

Daarom moeten de Vlaamse en de Nederlandse overheid de eerste stappen zetten door Taalunie-achtige verdragen te sluiten [...] onderwijs voorop. Maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven volgen dan vanzelf.
Het meest verregaand zou herstel zijn van de oude provincies Brabant en Limburg, die nu ieder verdeeld zijn door de staatsgrens, en aan de gezamenlijke provincies het provinciaal bestuur op te dragen. Dat worden dan echte EU-regio's, waarin het EU-verdrag ook voorziet
.

Toen de provincie Brabant gesplitst moest worden ten gevolge van de staatshervorming, heb ik een lezersbrief onder ogen gekregen die een logische en kostbewuste oplossing had: voeg het Vlaamse gedeelte van Brabant bij de provincie Antwerpen en noem het Zuid-Brabant; voeg het Waalse gedeelte van Brabant bij Namen. Balans: één provincie minder en een historisch verantwoorde oplossing. Wat gebeurde er? Een provincie méér. Goed bestuur? Laat me lachen.

12 juni 2006

Publieksonderzoek?

Er schijnt zowaar iets los te komen bij de regelneven. Zowel het Genootschap Onze Taal als de Nederlandse Taalunie hebben een poging tot peiling opgezet om er achter te komen wat de wensen van de taalgebruiker zijn op spellinggebied. Ik zal straks technisch gesproken niet meer kunnen beweren dat er geen publieksonderzoek gebeurd is... Alleen: het is amateurswerk, voor het doel onbruikbaar.

Het goed samenstellen van meerkeuzevragen is een vak op zich, tenminste als je een inzicht wil krijgen in wat de ondervraagden bezig houdt. Dat vereist ofwel een keuze uit een voldoend breed palet van antwoorden voor elke vraag afzonderlijk, ofwel een kleiner aantal keuzemogelijkheden per vraag gekompenseerd door een redundant aantal vragen dat kruiselingse kontrole toelaat. Geen van beide vragenlijsten voldoet daaraan. Het zijn allebei uiterst beknopte vragenlijstjes met zwart/wit antwoordmogelijkheid. Het Genootschap Onze Taal laat kiezen tussen slechts twee voorbeelden. Eventuele alternatieven worden op één hoop geveegd met onverschilligheid zonder de mogelijkheid zo een alternatief aan te geven, laat staan uit te leggen of te verantwoorden. De Nederlandse Taalunie laat kiezen tussen ja of nee met onverschilligheid als enig alternatief. Als schaamlap voegen ze er hier en daar wel een suggestieveld aan toe, maar dat zou eigenlijk bij elke vraag afzonderlijk moeten staan.

Want wat zijn de grote knelpunten? Ik zie er al onmiddellijk drie. Wellicht zijn er nog meer.

Eén: Moet er een eenheidspelling zijn? Het Genootschap Onze Taal stelt de vraag niet eens. De Nederlandse Taalunie vraagt of dat belangrijk is en dat is een vraag naast de kwestie. Je kan daar in wezen alleen maar ja op antwoorden of liever belangrijk ja, maar niet noodzakelijk of ook ja, op voorwaarde dat het een goede spelling is: konsekwent en konsistent en zonder wijziging van de regels goed voor pakweg een eeuw.

Twee: de beregeling van de tussenletters. Die letters hebben drie wezenlijke funkties, in volgorde van afnemende belangrijkheid: het onderscheid enkelvoud/meervoud (wegens het betekenisverschil), de genitiefsvorm (die voor -en afgestorven is en voor -s bezig met verouderen), en de eigenlijke tussenletterfunktie voor het verhelpen van uitspraakproblemen (komt alleen voor in de enkelvoudsvorm). Een vaste regel vanuit de tussenletterfunktie verwijst beide andere funkties van de weeromstuit naar de prullenbak. De of/of vragen van het Genootschap Onze Taal laten niet toe beide alternatieven als goed aan te geven, laat staan erbij te vertellen waarom. De Nederlandse Taalunie vraagt alleen of er meer uitzonderingen moeten komen op de regel, of ze hem nóg ingewikkelder moeten maken dus. Terwijl er maar één zinnig antwoord is: géén tussenletterregeling want die is overbodig en zinloos. Schrijf het eerste deel van een samenstelling in het enkelvoud of in het meervoud enkel en alleen afhankelijk van wat je zélf uitgelegd wil hebben. Het kan dan gebeuren dat er een uitspraakprobleem ontstaat, en in dat geval voeg je gewoon de gehoorde tussenletter toe zoals je ze in de uitspraak hoort: een e zonder n voor de sjwa, een s voor de s. Weg dus met het geknoei van als, dan dit en dat behalve wanneer zus en zo, tenzij...

Drie: de inburgering van vreemde woorden. Dat is een hindernissenloop die zowel kan eindigen in een volledige opname als in een afwijzing met uiteraard daaraan verbonden het gebruik van een eigen woord. Het moet me van het hart dat het als purisme afwijzen van een goedgebekt Nederlands woord een stompzinnige opstelling is: thuishorend in de rubriek "zinloos en verwerpelijk scheldproza". Alleen de tijd kan uitwijzen of het neologisme dan wel de oorspronkelijke term het zal halen. Vanaf het ogenblik dat de uitspraak van een vreemd woord vernederlandst is, dat we het meervoud vormen volgens de Nederlandse regels terzake, dat we dat woord op zijn Nederlands zijn gaan verbuigen en/of vervoegen en dat we er Nederlandse voor- en/of achtervoegsels aan plakken, dan nemen we het gewoon op in onze woordenschat als een nieuw Nederlands woord. Vanuit dat standpunt is het trouwens aan te bevelen nog niet ingeburgerde (en in deze optie dus ook nog vreemd gespelde) vreemde woorden in een afzonderlijk aanhangsel van onze woordenboeken te vermelden samen met de volbloed vreemde woorden. Op die manier scheppen we niet alleen duidelijkheid over het vreemde karakter van die woorden, maar vervalt gelijk het gekrakeel over de spelling: oude én nieuwe Nederlandse woorden spellen we op zijn Nederlands. De rest op de oorspronkelijke manier. De keuzemogelijkheid voor het meervoud van een paar Franse uitdrukkingen die het Genootschap Onze Taal in haar vragenlijst opgenomen heeft, wordt dan overbodig. Wie dan toch met zijn vreemdetalenkennis wil pronken gebruikt dan gewoon de bij de taal in kwestie horende meervoudsvorm. Dan kan je er bovendien nog mee pronken dat je die vreemde taal nog kent ook. Mooi meegenomen...

2 juni 2006

Tijdbommen onder de demokratie

Het gaat pas goed mis als mensen niet meer met elkaar willen praten want praten is de enige weg om tot voor alle belanghebbenden een zo bevredigend mogelijke uitweg te vinden. Als er niet meer gepraat kan worden ontstaan er mission impossible-toestanden. Wie niet wil praten laat onweerlegbaar merken dat hij of zij geen argumenten meer heeft en vooral: er ook niks aan wil doen. Waarom?

Dezer dagen zijn zo een tweetal tot bijna onoverkoombare kloven uitgegroeide situaties boven gaan drijven: de kultuurkloof tussen oninburgerbare allochtonen en autochtonen (alfabetisch om de Belgische KGB niet op mijn dak te krijgen), en de kultuurkloof tussen Vlamingen en Walen.

Ik heb het al eerder gehad over de kloof tussen allochtonen en autochtonen. Beide gemeenschappen werden met kriminaliteit gekonfronteerd, beide door iemand van buiten hun eigen gemeenschap. Hoe werd daarop gereageerd door de gemeenschap die in de slachtofferrol verzeilde? De allochtonen lieten de "vredes"-betogingen verzanden in haat. De autochtonen lieten de weg open naar verzoening. Hoe overbrug je dat?

Als de tot op de graat demokratisch zuivere vraag naar soevereiniteit van twee van onze samengeveegde volkeren gesteld wordt willen de Vlamingen daar wel over praten, de Walen niet. Hoe overbrug je dat?

En ik laat hier welbewust de Duitstaligen in door "ons" bezet gebied even buiten beschouwing want die hebben al in 1992 gezegd dat ze naar hun vaderlanden terug willen als Vlamingen en Walen ooit uit elkaar gaan. In het artikel Luxemburgers wijzen eigen Waalse staat af, schrijft Guido Fonteyn over de Duitstalige gemeenschap: Bij een gedwongen scheiding weigert meer dan de helft van de ondervraagden opgenomen te worden in Wallonie. 14.2 procent wil terug naar Duitsland, 37 procent wil met het Groothertogdom één staat uitmaken. Op basis van deze gegevens liet de Luxemburgse Beweging alvast een nieuwe kaart van het federale Belgie maken, waarin naast de gewesten Vlaanderen, Wallonie en Brussel ook Luxemburg mét Duitstalig Belgie één gewest Luxemburg vormt. Deze groep van boze burgers wordt geleid door dokter Pierret uit Bertrix.

De weigering om zelfs maar te praten - laat staan oplossingen te vinden - voor heikele problemen slaat de fundamenten weg van onder onze demokratie die er bijgevolg al lang geen meer is. Daar zijn we nu in beland: in een totalitaire staat die elke vorm van aggiornamento afwijst. Waarom?

27 mei 2006

Een ontaarde mars

Het had zo mooi kunnen zijn: een massale manifestatie tegen rassisme, een pleidooi voor een vredevolle samenleving waarin geen plaats is voor geweld. Zeker in Antwerpen dat sinds mensenheugnis leeft met zijn haven, met de wereldreizigers van hier en elders en hun verhalen uit verre landen. De stad had alles in huis om meer volk te trekken dan Brussel.

Het heeft niet mogen zijn. En dat was wel enigzins te voorspellen: toen de organisatoren het vooraf al nodig vonden een paar politiekers met naam en toenaam te doen opdraven (oeps, wég het partijloze karakter van de manifestatie) om ze in een kot te steken zodat ze elkaar kunnen afmaken... Ik heb andere ideeën over vreedzaam samenleven en die heb ik mijn vorig stukje al uit de doeken gedaan. Niet te verwonderen dat er nog geen kwart kwam opdagen van wat er in Brussel bijeenkwam. O ja, het zal de regen wel geweest zijn. Een echt diepgaande inzet is dat, als die er met een regenvlaag al afgespoeld wordt… Ik denk dat de oorzaak elders ligt: een manifestatie tegen geweld waar opgeroepen wordt mekaar af te maken, mij niet gezien.

Gelukkig hebben de meeste deelnemers zich niet in die spiraal van geweld laten meeslepen. De burgemeester deed er alles aan om sereen te blijven, niemand met de vinger te wijzen en ervoor te waarschuwen dat niemand het recht heeft dat te doen. Kan ook niet, want Antwerpenaren zijn geen oproerkraaiers, geen rassisten en geen moordenaars. Ook niet wie daar door de minister van Buitenlandse Zaken van beticht wordt. Ik wist trouwens niet dat Antwerpen buitenland was. Maar hij kan het weten.

Tot de zaak volledig ontspoorde op de Bolivarplaats. Daar werden de sereniteit en daarmee gelijk de vrede eenzijdig begraven. De stigmatisering stak de kop weer op, de haat droop eraf. Jammer.

Er is nog veel werk aan de winkel.

17 mei 2006

Stigmatisering

Geschokt door medeleven... perverser kan het niet.

We zullen het maar toedekken met de mantel der liefde: de verbijstering die je in haar greep houdt als je op een gruwelijke manier slachtoffer wordt van wat zoetjesaan een staande uitdrukking wordt in onze samenleving, met name het "zinloos geweld" (alsof geweld ooit zinvol zou kunnen zijn, maar dat is een ander verhaal). De stuurloosheid die dat meebrengt komt prompt bovendrijven: eerst oproepen om op een serene manier zónder partijpolitieke slogans te protesteren tegen dat geweld en nog voordat de haan voor de derde keer kraait de haatzaaierij van de politiek korrekte vleugel napraten.

En daar wil ik het over hebben. De parlementaire onschendbaarheid is een absolute voorwaarde om - bínnen de praatbarak - je standpunten te kunnen verdedigen, hoe vunzig ook. Geen kwaad woord daarover. Daarbuiten echter, op de trappen van de volkspaleizen en ten aanzien van de opdravende paparazzi is dat soort praat onverkort krapuleus: het systematisch stigmatiseren van de rechtervleugel uit onze samenleving kán gewoon niet. Na zo een blunder hoor je de eer aan jezelf te houden en op te stappen. Neem een voorbeeld aan de Antwerpse burgemeester die het enige doet wat in de gegeven omstandigheden werkbaar is: prioritair de gelegenheid aanpakken in plaats van de veronderstelde motieven.

Klacht neerleggen bij de haatzaaiers van het CGKR maakt weinig kans want dat clubje is in hetzelfde bedje ziek of liever: het eet uit de hand van "Politiek Korrekt".

Het wordt het verhaal van de pot en de ketel: wat is het verschil tussen het "Burgermanifest" met zijn Toont zij [bedoeld wordt de zaak Rushdie] niet aan dat de Islam in wezen een intolerante en totalitaire ideologie is die botst met de culturele, morele en juridische voorschriften die gelden in een open en democratische samenleving? en de angst voor de Islam (dat is de betekenis van fobie in onze moerstaal) van een aantal rechtse heethoofden? Wie het weet mag zijn vinger opsteken.

Ik heb (over een aantal jaren gespreid) in moslimlanden gewerkt en ik heb me daar als gast gedragen. Ook al was het niet de bedoeling er te blijven, toch heb ik de nodige inspanningen gedaan om hun taal letterlijk en figuurlijk te begrijpen. Ik heb hier een schooljaar lang een pleegzoon gehad uit die kultuur, en die heeft zich zo goed ingeburgerd dat hij tegen de kerstvakantie reeds bij de top presteerde op school. Dat doen ook de Chinezen, Indiërs, Joden en Russen in onze samenleving en die krijgen geen moeilijkheden met aanpassen of opkrassen, het "rechtse gedachtengoed" dat door "Politiek Korrekt" systematisch gestigmatiseerd wordt. Met rassisme heeft dat allemaal niks te maken, wél met de al of niet aanwezige goede wil om in onze samenleving mét alles erop en eraan opgenomen te worden. Het protest vanuit bepaalde migrantenhoek tegen het inburgeringsfilmpje van de Noord-Nederlanders spreekt boekdelen.

Er is trouwens een tot op de graat demokratisch zuiver middel om de door "Politiek Korrekt" gehate partijen vleugellam te maken: geef het Zuid-Nederlandse kultuurvolk zijn rechtmatige onafhankelijkheid, en het gras is van onder hun voeten weggemaaid. Maar ook dat is een ander verhaal.

Overigens ben ik van mening dat niet een vodje papier waar jaren voor nodig zijn om het gelinkt te krijgen aan alweer andere vodjes papier het criterium mag zijn om hier te mogen blijven, leven en bijdragen aan onze welvaart. Het énige menselijk aanvaardbare criterium is de bereidheid in te burgeren omdat zonder inburgering de hele mooie zaak vierkant gaat draaien. Vandaar terechte "uitwijzing", zelfs van zogenaamde zuidelijke en aanverwante "landgenoten" die zich niet wíllen inburgeren.

Ongeacht ras of stand, huidskleur of geloofsovertuiging. Ongeacht de motieven voor de verhuis: gevlucht uit angst voor het eigen hachje of om ekonomische redenen, het mag allemaal geen verschil uitmaken. Inburgering hoort het enige criterium te zijn en dat is in een vloek en een zucht te verifiëren. Daar zijn geen jaren voor nodig, en evenmin opzoekingswerk in het buitenland. Wie inburgert is altijd een verrijking voor onze samenleving, zowel kultureel als ekonomisch. Weg dus met de diskriminerende en mensonterende behandeling van asielzoekers.

22 maart 2006

Badineren rond Erdal

Ik ga me niet uitspreken over Erdal zelf want ik ken de kontekst niet, wel over het onveilige gevoel dat de aan Alzheimer - om de term van Luc van Balberghe even te misbruiken - lijdende overheden me bezorgen.

Ik voel me helemaal niet veilig als ik moet horen dat ik gestalkt (oeps!...gevolgd) mag worden door de Staatsveiligheid, zeker niet na hun blunders met Soetkin of de Mormonen.

Er is me wijsgemaakt dat we in een land leven waarin iedereen onschuldig is tot zijn schuld bewezen is. Ik voel me dan ook niet veilig met een artikel dat administratieve aanhouding toelaat.

Wie vandaag terrorist is, is morgen vrijheidsheld en krijgt een standbeeld. Het ligt er maar aan wie wint, kijk maar naar Hamas. Ik vraag me af wat wij te maken hebben met de Turkse interne keuken en zeker waarom we de Turkse overheid klakkeloos zouden moeten geloven vermits de doodstraf er verhuisd is van de legaliteit naar de illegaliteit: doorgegeven aan de gelijknamige eskaders als je insiders mag geloven. Zeker na de waarschuwing van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties over folteringen, de Oostenrijker Nowak. Zijn opmerking om heel voorzichtig te zijn als België de kans zou krijgen om Erdal uit te leveren aan Turkije is noch min noch meer dan een diplomatisch geformuleerd afschieten van het standpunt van onze regering. Met het terugsturen van asielzoekers is er al genoeg geblunderd dacht ik zo: de diskriminatie op basis van een vodje papier vind ik echt niet kunnen. Zélfs als het om ekonomische vluchtelingen gaat. Want wat hoor ik: wie geld (of kennis, maar dat komt op hetzelfde neer) heeft zou erin mogen, wie geen geld heeft niet. Alles is te koop.

Het gerecht verplicht Erdal op een bepaald adres te verblijven. Dan gebruikt men dat adres als "bewijs" van schuld. Ik voel me niet veilig met zo een gerecht, zeker niet als men rechters kan gaan zoeken waarvan geweten is dat ze je gaan veroordelen, zoals met het Vlaams Blok gebeurde. Zegde Liekendael reeds in 1996 niet dat rechters elke schijn van partijdigheid moeten mijden als de pest? Niet te verwonderen dat ze bij haar oprustgaan haar ontgoocheling uitsprak over de rechtstaat waarin ze geloofd had. Ik zou echt niet weten welk gerecht ik mag vertrouwen, het onze of het Turkse. Ik denk eerder geen van alle...

Ik kan me niet ontdoen van de indruk dat zowat iedereen zijn vingers verbrand heeft aan de hele historie. Stoemelings laten lopen was wellicht de elegantste oplossing.

24 februari 2006

Een goede spelling

De kunst van het liegen ligt erin je leugens te kamoefleren in voldoende waarheid, zodat de toehoorder (of lezer) de leugen niet zo onmiddellijk in de gaten heeft.

Ik heb iets anders geleerd, en ik wil daar niet vanaf is er zo eentje. Het werd gebruikt in de hoorzitting van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie over de spelling. Dat argument werd inderdaad door de taalunieministers gebruikt toen ze destijds in hun opdracht stelden: het verdient aanbeveling dat nagegaan wordt, hoeveel veranderingen gemiddeld per bladzijde/regel zullen voorkomen in diverse types van teksten. De inschatting is een schoolvoorbeeld van kneep nr. 35 uit Arthur Schopenhauer's "Art of Controversy": Instead of working on an opponent's intellect or the rigor of his arguments, work on his motive. Want het gewraakte argument wordt met name door niemand van de critici gebruikt. Bij hen gaat het om de leerbaarheid, konsistentie en konsekwentie. De juistheid en het gewicht van deze drie criteria worden overigens bevestigd door de reeds tien jaar geleden voorspelde chaos die je nu alom waarneemt in de zowel door de modale als door de geschoolde en ervaren taalgebruiker voortgebrachte teksten: ongeveer niemand van de niet-professionele spellers weet nog hoe het moet en de professionele spellers vliegen elkaar in de haren, zelfs en in het bijzonder na de ter tafel liggende aanpassingen. Beide Groene Boekjes zijn opgesteld vanuit slechts één van de drie belangrijke uitgangspunten om tot een goede spelling te komen en wel het minst belangrijke daarvan: de alleen voor volleerde en ervaren taalkundigen overzienbare spellingtechnisch-historische evolutie. De leerbaarheid voor alle lagen van de gebruikerspopulatie werd onvoldoende of zelfs helemaal niet meegenomen en het allerbelangrijkste uitgangspunt (the proof of the pudding is in the eating): de hanteerbaarheid, daar is zelfs niet naar gekeken. Ik daag iedereen uit de nodige stavingstukken van publieksonderzoek voor te leggen. Een goede spelling moet de schrijver (van taalwetenschapper tot en met Nederlands-lerende immigrant) in staat stellen om in een fraktie van een sekonde te weten hoe het hoort, net zoals een goed verkeersreglement de automobilist in een fraktie van een sekonde moet doen weten hoe hij moet handelen. In tegenstelling tot het verkeer is er in de spelling gelukkig geen gevaar voor dodelijke slachtoffers maar het goed/slecht breekpunt voor een beregeling is en blijft hetzelfde. Met de 128 regels van 1995 en de 40 daar bovenop komende regels van 2005 kom je niet weg. Van de mij bekende gedokumenteerde spellingen (Siegenbeek, De Vries en Te Winkel, Kollewijn, Marchant, Pée-Wesselings, Geerts), is de Geersts-spelling de enige die vlot hanteerbaar en leerbaar is. En die bovendien met zekerheid voor een eeuw goed is omdat ze zonder wijziging van de regels zelf de inburgering van vreemde woorden kan opvangen door de ingebouwde automatische aanpassing van zodra de andere inburgeringseisen voldaan zijn: met name de vernederlandste uitspraak, meervoudsvorming, verbuiging/vervoeging, en de naadloze aanpassing aan de Nederlandse woordverlengingen met voor- en achtervoegsels. Dat worden dan gewoon nieuwe Nederlandse woorden. Zo eenvoudig is dat.

Een tweede flagrante leugen is dat mensen met woordbeelden zouden werken. Dat doet inderdaad wie min of meer ervaren is in wat we dynamisch lezen noemen. Dat houdt in dat zinnen in hun geheel overzien en de woorden in hun geheel als entiteit opgenomen worden. Bitter weinig mensen doen dat. Het moet trouwens aangeleerd worden want het is niet zo gemakkelijk en zeker niet weggelegd voor de modale lezer. Daarbij gaat trouwens informatie verloren, die dan uit de kontekst opgevist moet worden. Wie zo niet leest, schrijft ook niet zo. We zijn geen Chinezen. Je moet het ook niet verwarren met het "automatisch aanvullen" dat bij het lezen sterk op dynamisch lezen lijkt maar het niet is omdat de woordbeelden niet opgenomen maar "geraden" worden, terwijl bij het schrijven onveranderlijk naar de regels gegrepen wordt om de informatie korrekt te kunnen weergeven. De overgrote meerderheid Nederlandssprekenden werkt dus niet met woordbeelden maar met klankbeelden. Dat mondt uit in een van de meest kenmerkende eigenschappen van onze spelling: ze is fonologisch. Niet voor niets leidde de opdracht van de taalunieministers tien jaar geleden tot de volgende uitgangspunten: - Spellingregels zijn bedoeld om klankreeksen om te zetten in letterreeksen, niet om de huidige spelling direct om te zetten in een nieuwe spelling. - De nieuwe spellingregels worden niet geformuleerd voor individuele woorden, maar voor de hele woordenschat of voor goed omschreven deelverzamelingen daarvan. - De regels worden geformaliseerd en geïmplementeerd in een computerprogramma, waarmee explicietheid en interne consistentie gegarandeerd zijn, en waarmee de effecten van toepassing kwantitatief bepaald kunnen worden.

Een derde leugen is dat wijzigingen van de spelling ons zouden beletten teksten in een voorgaande spelling te lezen. Om dat te staven laat men bij voorkeur middeleeuwse teksten opdraven. Die zijn inderdaad moeilijk leesbaar: niet ten gevolge van de verschillen in spelling, wel ten gevolge van de verouderde zinswendingen en een in onbruik geraakte woordenschat. Je moet daar trouwens niet voor naar de middeleeuwen teruggrijpen: de gedichten van Guido Gezelle zijn - zelfs omgespeld - niet volledig te begrijpen zonder voetnoten. Ik ga niet veel woorden vuilmaken aan wie bij wijze van argument tegen de fonologie voorbeelden met dialektklanken ineenflanst. Sinds De Vries en Te Winkel geldt dat de spelling van het Nederlands uitgaat van de beschaafde uitspraak en ik heb daar nog niemand tegen horen protesteren. Die voorbeelden werpen echter wel een heel ander licht op een opmerkelijk aspekt van het verschijnsel spelling: wie om wat voor redenen dan ook dialekt wil weergeven heeft helemaal niet de problemen waar de beschaafdschrijvers mee worstelen. Hoe zou dat komen? De kranten uit het noorden zijn dan ook bijlange niet onverantwoord bezig, het is integendeel de Taalunie die onverantwoord bezig is (het oude verhaal van de pot en de ketel). De grote verdienste van de boycot is niet het Witte Boekje want als het is wat aangekondigd werd hoort het thuis bij de beide Groene Boekjes in de prullenbak, maar ze is wel dat er eindelijk een barst komt in het vervloekte monopolie van de Taalunie. Die barst opent de weg naar het ontwerpen van een echt goede spelling met een breed maatschappelijk draagvlak. Dat wil zeggen konsistent en konsekwent. En bijgevolg leerbaar, hanteerbaar en daarenboven bruikbaar in de digitale toekomst met alles erop en eraan. Ik heb dus niks (of is het niets?) tegen een eenvormige spelling, op voorwaarde dat ze goed is en dat er niet gediskrimineerd wordt op basis van volkomen wettelijke dissidentie. Ik ben met name van mening dat eenieder die op basis van de door hem gebruikte spelling een nakeurbehandeling krijgt naar de rechtbank kan stappen wegens ongeoorloofde diskriminatie. Wie geen (pseudo)ambtelijk statuut heeft, heeft wettelijk een soevereine vrijheid terzake. Dat hebben diktators niet graag, maar ze verdienen niet beter. En dat is nog niet eens burgerlijke ongehoorzaamheid want de burger is hoegenaamd geen gehoorzaamheid verschuldigd aan een instelling die alleen bevoegd is over het spellinggebruik van ambtenarij en onderwijs. Kranten vallen daar ook buiten en de twintig of zowat miljoen andere Nederlandssprekenden eveneens. De Taalunie-sekte doet er dus goed aan haar grote bek te houden.